11
aug 2003
WIE OF WAT MAG 'TROPO' WEL WEZEN?
Verre ontvangsten dankzij de weersomstandigheden
We zien en horen er met dit extreem warme weer wel vaker over spreken: 'tropo'. Dankzij dit verschijnsel komt het al eens voor dat radiostations uitzonderlijk ver te ontvangen zijn. Bijvoorbeeld zenders uit Groot-Brittannië die in bijzondere omstandigheden reiken tot in de kustprovincie van ons land. Sommigen onder ons stellen zich dikwijls de vraag wat tropo in feite precies betekent en wat het verschijnsel eigenlijk inhoudt. In wat nu volgt proberen we één en ander te verduidelijken.
Tropo is een veel gebruikte afkorting voor 'troposfeer'. Dit is de onderste laag van de atmosfeer rond de aarde, waarin zich ook de weersverschijnselen afspelen. Armand Pien sprak vroeger in zijn weerpraatje van 'temperatuursinversie voor de radio-amateurs', waarmee hij de ligging van een warme luchtlaag bovenop een koude bedoelde. De onderste laag reikt tot op een hoogte van ongeveer 10 kilometer. Doorheen deze laag planten zich VHF/UHF signalen voort. Normaal gesproken is deze voortplanting rechtlijnig en het gedrag van radiosignalen komt dan ook in belangrijke mate overeen met dat van zichtbaar licht. Dit is ook het geval voor wat betreft de eigenschappen van weerkaatsing (reflectie) en buiging (refractie) uit de fysica. Een bekend voorbeeld is een stokje in een glas water: het lijkt net alsof het stokje niet recht meer is. Een gelijkaardig verschijnsel doet zich ook voor bij de VHF radiosignalen. De dichtheid van luchtlagen wordt bepaald door de luchtdruk, de temperatuur en de vochtigheid in die lagen. De radiosignalen worden bijgevolg teruggebogen naar de aarde wanneer er een warme luchtlaag boven een koudere ligt. Als deze situatie zich over een groot gebied voordoet dan zijn de 'radiocondities' meestal uitstekend. In het andere geval, wanneer er koude lucht boven een warmere luchtlaag zit, worden de radiosignalen van de aarde weggebogen en spreekt dan van slechte 'tropocondities'.
De weersituatie op een bepaald moment is dus van cruciaal belang voor het goed of slecht zijn van de radiocondities. Tijdens normale weersomstandigheden zijn met VHF/UHF radiosignalen verbindingen mogelijk over een afstand van 100 tot 150 kilometer. Tijdens extreem goede atmosferische omstandigheden, worden al gauw afstanden van 1500 kilometer gehaald. Deze verbindingen noemt men DX-verbindingen (D staat voor 'Distance') en zijn populair bij de zogenaamde 'zendamateurs' die signalen van collega's vanuit afgelegen regio's trachten op te vangen.
i-redactie (JT) met dank aan Han van Ulsen
Bron: http://www.xs4all.nl/~hanvu
We zien en horen er met dit extreem warme weer wel vaker over spreken: 'tropo'. Dankzij dit verschijnsel komt het al eens voor dat radiostations uitzonderlijk ver te ontvangen zijn. Bijvoorbeeld zenders uit Groot-Brittannië die in bijzondere omstandigheden reiken tot in de kustprovincie van ons land. Sommigen onder ons stellen zich dikwijls de vraag wat tropo in feite precies betekent en wat het verschijnsel eigenlijk inhoudt. In wat nu volgt proberen we één en ander te verduidelijken.
Tropo is een veel gebruikte afkorting voor 'troposfeer'. Dit is de onderste laag van de atmosfeer rond de aarde, waarin zich ook de weersverschijnselen afspelen. Armand Pien sprak vroeger in zijn weerpraatje van 'temperatuursinversie voor de radio-amateurs', waarmee hij de ligging van een warme luchtlaag bovenop een koude bedoelde. De onderste laag reikt tot op een hoogte van ongeveer 10 kilometer. Doorheen deze laag planten zich VHF/UHF signalen voort. Normaal gesproken is deze voortplanting rechtlijnig en het gedrag van radiosignalen komt dan ook in belangrijke mate overeen met dat van zichtbaar licht. Dit is ook het geval voor wat betreft de eigenschappen van weerkaatsing (reflectie) en buiging (refractie) uit de fysica. Een bekend voorbeeld is een stokje in een glas water: het lijkt net alsof het stokje niet recht meer is. Een gelijkaardig verschijnsel doet zich ook voor bij de VHF radiosignalen. De dichtheid van luchtlagen wordt bepaald door de luchtdruk, de temperatuur en de vochtigheid in die lagen. De radiosignalen worden bijgevolg teruggebogen naar de aarde wanneer er een warme luchtlaag boven een koudere ligt. Als deze situatie zich over een groot gebied voordoet dan zijn de 'radiocondities' meestal uitstekend. In het andere geval, wanneer er koude lucht boven een warmere luchtlaag zit, worden de radiosignalen van de aarde weggebogen en spreekt dan van slechte 'tropocondities'.
De weersituatie op een bepaald moment is dus van cruciaal belang voor het goed of slecht zijn van de radiocondities. Tijdens normale weersomstandigheden zijn met VHF/UHF radiosignalen verbindingen mogelijk over een afstand van 100 tot 150 kilometer. Tijdens extreem goede atmosferische omstandigheden, worden al gauw afstanden van 1500 kilometer gehaald. Deze verbindingen noemt men DX-verbindingen (D staat voor 'Distance') en zijn populair bij de zogenaamde 'zendamateurs' die signalen van collega's vanuit afgelegen regio's trachten op te vangen.
i-redactie (JT) met dank aan Han van Ulsen
Bron: http://www.xs4all.nl/~hanvu
- 51 keer gelezen
