'NIEMAND IS VRAGENDE PARTIJ VOOR REGIO RADIO' S'
Alhoewel ik mij in veel punten kan vinden in het voorstel van Minister Van Mechelen, wat niet wil zeggen dat ik met hem op alle vlakken eens ben, lijkt me het punt over regionale radio's erg dubieus en zelfs met een opvallend reukje aan. Alles beschouwd lijkt er een drukkingsgroep vat te hebben op het ministerieel kabinet, dat op eender welke manier gewild of ongewild meespeelt. Maar wel een zeer gevaarlijke route inslaat die kan leiden tot misbruiken.
Enerzijds verzet de minister zich terecht nogal zwaar tegen mediaconcentratie, terwijl hij met 1 radio per provincie juist die mediaconcentratie de gelegenheid geeft om hun macht ook nog eens via dat énig toegelaten radiostation te versterken. Puur in tegenspraak met zijn anti-monopoliserende liberale gedachten dat door concurrentie de consument er alleen maar goed bij vaart. Met één regionale commerciële radio geeft men juist de reeds bestaande macht de pap én het monopolie in de mond. Volgens mij een cruciaal gegeven waar het hele voorstel aan tenonder gaat en zo doorzichtig is dat het er niet correct aan kan toe gaan. Bovendien zou een samenwerking met de lokale TV wel toegelaten zijn. Als ik morgen in mijn zotte bui een krant of tijdschrift wil uitbrengen kan mij daar niemand in tegenhouden. Maar een radiostation kan beperkt worden tot het magische democratische getal: 1!
Dit voorbeeld mogen we ook afleiden uit de nationale erkenningen. Als we de openbare omroep buiten beschouwing laten en enkel de twee nationale commerciëlen bekijken wordt hier de macht ook in handen gespeeld van de fusionerende mediamastodonten die het reeds op alle vlakken voor het zeggen hebben. De commerciële media-monopolies zijn vandaag groter dan ooit. De politiekers hangen hun jas mee in de media-wind. Tot in de voetbalsport -wat we nu toch meemaken met de wereldbeker - wordt een beeld, een sfeer... enkel en alleen gecreëerd door de media in het algemeen.
Ik meen dat de minister op dat vlak - hoe goed hij het ook wellicht meent - door onvolledig of gewild of niet verkeerd geïnformeerde adviseurs wordt ingelicht. Ik begrijp zeer goed dat een minister heel wat andere dingen rond zijn hoofd heeft en voor misschien 100 afhankelijk is van wat hem wordt voorgeknabbeld door verantwoordelijken die dan weer te biechten gaan bij mensen - geslepen of niet - uit de commerciële wereld van een kapitalistische staat waarin enkel en alleen geld en macht bestaan en kunnen/moeten samengaan om te overleven.
De minister zou toch best de betrokkenen zelf eens aan het woord laten om de juiste toedracht te horen van wat er leeft in radioland, maar vooral wat de radioproducenten verlangen. Op deze manier loopt het falikant verkeerd af. Ofwel nieuwe zaken voorstellen waar niemand om vraagt. Ofwel doodzwijgen waar het kookt.
Een tweede punt is het ministerieel stilzwijgen rond de ketens. Niemand kan ontkennen dat ze er zijn - of je dat nu wilt of niet - en reeds een belangrijke plaats in de ether hebben ingenomen. Daarentegen kunnen de twee huidige nationalen geen tegenwind bezorgen. Wat men wellicht dacht toen deze twee stations ineens uit de regering in de ether vielen en nu met builen en blutsen heel wat katers dienen te verwerken. Voor alles is een groeiproces van vallen en opstaan nodig. Maar juist hiervoor was geen vraag. Enkel het ketenlandschap dat op terreinvergroting uit was en hoe dan ook niet te stuiten is. De concurrentie heeft hier al toegeslagen voor wie leefbaar is of niet. Dit moet een zorg van het station zijn. Niet van een regering. Die zich evenmin de leefbaarheid afvraagt van al de andere private commerciële bedrijven in Vlaanderen en Europa. Elk jaar sluiten duizenden bedrijven hun deuren.
Voor de ketens dient een duidelijk standpunt te komen en vooral hen -willens nillens - een bestaansrecht toe te kennen. Waarom hen niet de band tussen 102 en 105 MHz beschikbaar stellen met eigen frequenties, in plaats van de ongevraagde voorgestelde regionale en stadsradio's. Niemand vraagt daarom. Niet de luisteraar. Niet de producent. Wellicht wel onderaardse bolwerken, zeker niet uit de radiowereld. In het geval van een beperkte zuivere frequentieband, enkel voor de ketens, heeft de regering ook nog eens een vaste hand om reglementair deze groep binnen hun zone te houden, wat nu niet het geval is en bovendien vooral de opkooppolitiek van frequenties tegen kan gaan. Ketens in hun specifieke bandwijdte. De lokalen van 105 tot 108 MHz.
Het zou dan al veel rustiger worden in Radio Vlaanderen. En moest Wallonië zich nu ook nog even over wettelijke spelregels wil ontfermen zou de cirkel rond zijn. Dat de minister het erg moeilijk heeft met de ketens, begrijp ik maar al te goed, omdat zij in directe concurrentie gaan met de reeds goedgekeurde nationalen. En voor sommigen over gans Vlaanderen beter te ontvangen zijn dan de huidige 2 erkenden. Dit kan niet opgelost worden met er over te zwijgen of weer kronkelende radiowegeltjes te laten uitstippelen op zoek naar mazen in het net om de wet te omzeilen. Dat heeft men al 20 jaar gedaan en ook nog altijd wettelijk gekregen wat eerst niet mocht. Eigenlijk blijven er van de eerste lokale radiowetten niet veel meer over dan wat onbenullige kleinigheden.
Rond de tafel en uitpraten tot een degelijk en definitieve overeenkomst. Niet alleen voor mij zijn dit de twee belangrijkste afwijkende punten uit het ministerieel voorstel, dat ofwel naar een degelijke oplossing gaat, ofwel gewoon de toestand blijft zoals hij nu is. En die is erbarmelijk slecht voor de onafhankelijke lokale radio's, de ketens en de twee nationalen. Dus iedereen die denkt aan of al jaren bezig is met radio maken. Niemand is met zo'n oplossing gebaat. En moest de minister hiervoor geen betere uitweg vinden kan hij het even goed laten zoals het nu is en er geen onnodige energie en tijd aan verspillen. Het web is zo al verward genoeg om nog erger te besparen. Of is dat misschien juist de bedoeling?
Gilbert Ignoul
- 89 keer gelezen
