1
okt 2003
MEER ANTWOORDEN BIJ PERTINENTE VRAGEN OVER ERKENNINGSPROCEDURE
Precies twee weken geleden stelden we hier vijf pertinente vragen over de erkenningsprocedure voor de lokale particuliere radio's. We probeerden toen ook enkele mogelijke antwoorden te geven op deze pertinente vragen. Inmiddels hebben we, na het grondig doornemen van de decreten en de procedurebesluiten, een concreter zicht op enkele van de toen geschetste problemen. We hernemen hier dan ook drie van de vijf vragen die we toen stelden, en beantwoorden ze opnieuw.
- Zal het VCM een lijst van de ingediende aanvragen bekend maken?
Neen. Artikel 1 van het procedurebesluit van 18 juli 2003 bepaalt wel dat de aanvragers een lijst zullen ontvangen van alle aanvragen die conform verklaard werden. Die lijst wordt aan de aanvragers toegestuurd binnen de twee weken na het uitbrengen van het advies door het VCM. Met andere woorden, rond het einde van deze week of ten laatste begin volgende week zouden de radio's uit Limburg, Antwerpen en Vlaams-Brabant een lijst moeten ontvangen van alle conform verklaarde dossiers uit die provincies. Een week later zou hetzelfde dan te gebeuren staan voor de radio's in West- en Oost-Vlaanderen. Het neen-antwoord dat we aan het begin van deze paragraaf vermeldden, betekent concreet dat de lijst van de dossiers die niet conform waren, niet zal bekend gemaakt worden.
- Hoe zal de evaluatie van de aanvragen verlopen?
Zoals bekend spreekt het VCM zich enkel uit over de conformiteit van de aanvragen, dus over de ontvankelijkheid. Het decreet en het procedurebesluit geven ook enkele evaluatiecriteria, die een rol spelen in die gevallen waar er meer kandidaten zijn dan beschikbare frequenties. Die criteria bestaan onder andere uit het programma-aanbod, in het bijzonder het aanbod aan eigen programma's, de kennis en de radio-ervaring van de kandidaat, de reeds opgebouwde band met de lokale gemeenschap, de materiƫle en technische infrastructuur, en de degelijkheid van het financieel plan. Wie maakt die evaluatie? Niet het VCM, ook niet de minister of zijn kabinet, maar, aldus artikel 1 van het procedurebesluit van 18 juli, "de Vlaamse regering". In de praktijk zal de Vlaamse regering deze opdracht wellicht toevertrouwen aan de minister van Media, maar het kan ook betekenen dat een werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van alle ministers uit de Vlaamse regering, zich met de evaluatie gaat bezig houden. Bij de erkenningsronde van 1988-1990 kwam zo'n werkgroep op het einde van de procedure nog even tussen. - Zal het nieuwe frequentieplan op 1 december aanstaande van kracht worden? Dat is nog steeds mogelijk. Het Waalse beroep tegen het Vlaamse frequentieplan zou roet in het eten kunnen gooien. Het is echter nog niet duidelijk of het hier om een vordering tot schorsing gaat, of om een beroep tot nietigverklaring. Het eerste geval is te vergelijken met een kortgeding, en in dat geval zou de Raad van State het Vlaamse frequentieplan kunnen schorsen tot ze zich ten gronde uitgesproken heeft, een procedure die jaren zou kunnen aanslepen. In het tweede geval wordt het frequentieplan niet opgeschort. Anderzijds maakt het procedurebesluit van 18 juli 2003 het mogelijk dat de Vlaamse regering de termijn van twee maanden waarbinnen de minister kan beslissen over de erkenningen, kan verlengen. Met hoeveel kan deze termijn verlengd worden? Dat wordt niet bepaald, dus kan het uitstel in principe onbeperkt zijn. Bij de erkenningsrondes van 1983 en 1988 verliep er anderhalf tot twee jaar tussen het verstrijken van de deadline voor het indienen van de aanvragen, en het uitreiken van de erkenningen. Zo ver zal het deze keer vermoedelijk niet gaan.
i-archief:
DOSSIER: PERTINENTE VRAGEN BIJ DE ERKENNINGSPROCEDURE (17/09/2003)
i-redactie (LVB)
- 81 keer gelezen
