22
jan 2003
LANDELIJKE RADIOLICENTIES BLIJVEN VOORWERP VAN DISCUSSIE
De VCM-cijfers anders bekeken
Over de toekenning van de landelijke radiolicenties aan Q-Music en 4FM is de afgelopen maanden al heel wat inkt gevloeid. Men zou voor minder denken dat de eindeloos lang geworden discussie nu eindelijk op z'n einde zou lopen, maar niets is minder waar. Onlangs raakte het nieuws nog bekend dat radiomaker Gust de Coster, samen met zijn collega Christian Braems, opnieuw de toekenning van de twee radiolicenties zullen aanvechten. Eén van onze correspondenten verdiepte zich daarop nogmaals in de cijfertjes en punten van het VCM die de toekenning voorafgingen. Hij kwam tot de conclusie dat een ander gewogen gemiddelde van de punten, een heel andere uitslag zou hebben opgeleverd.
Een puntensysteem als uitgangspunt voor het bepalen van de 'winnaars' is namelijk steeds een erg subjectief gegeven. De uitslag hangt daarbij niet alleen af van de punten op zich op de verschillende onderdelen, maar ook van de gewichten die men aan de onderdelen toekent. Het Vlaams Commissariaat voor de Media kwam tot onderstaand rapport voor de kandidaten, waarbij de VMMa (Q-Music) en de 4FM Groep NV (4FM) voor hun inspanningen beloond werden:
Maar wat als we nu de gewichten die toegekend werden aan de verschillende onderdelen wijzigen, met behoud weliswaar van de scores per onderdeel die het VCM aan de kandidaten toekende? Het VCM hanteerde volgende gewichten: 50% voor programma- en zendschema, 20% op media-ervaring, 20% op business- en financieel plan en 10% op technische- en zendinfrastructuur. Om landelijke radio te maken moet men volgens het VCM dus vooral programma- en zendschema's hebben. Media-ervaring, verstand van zaken en de nodige techniek zijn beduidend minder belangrijk. Is dat wel zo? Wat als we de rollen nu eens zouden omdraaien?
Laten we eens zakelijk denken. Zonder geld geraakt men over het algemeen niet ver, zeker niet voor wat betreft het maken van landelijke radio. We kunnen daarom stellen dat een sterk business- en financieel plan de fundamenten vormen van een goed draaiend bedrijf. Omdat een gewicht van 50% net iets te weinig reserve zou bieden bij harde tegenwind, zetten we het gewicht voor het business- en financieel plan eventjes op 60% (in plaats van 20%). Zonder de nodige technische infrastructuur zal er anderzijds van radio maken niet veel in huis komen, vandaar een dat we eens gewicht nemen van 20% (in plaats van 10%). De overige beoordelingspunten media-ervaring en programmaschema's zijn uiteraard een must, maar zijn moeilijk objectief te bepalen. Vandaar dat we beiden een gewicht geven van 10%. Volgens dezelfde VCM-scores, maar nu met andere gewichten, komen we tot volgend resultaat:
Opmerkelijk is dat na de VMMa niet langer de 4FM Groep NV als tweede overwinnaar uit de bus komt, maar wel de NV VLORO (Contact-groep). Ook al verschilt het resultaat tussen beiden maar een half punt, nipt is ook gewonnen. Met andere gewichten aan de verschillende onderdelen, zijn er dus verschillende uitkomsten.
Men kan zich ook de vraag stellen of de punten die het VCM aan de onderdelen gaf, op een later tijdstip nog steeds geldig zijn. Met andere woorden, of de erkende radio-omroep zijn recht op erkenning kan blijven behouden wanneer blijkt dat de scores op sommige onderdelen na een tijd overgewaardeerd zijn. Bij 4FM bleken er bijvoorbeeld al snel problemen te zijn met het financieel plan en de technische zendinfrastructuur. Dit waren achteraf gezien duidelijk hun minder goede 'punten'. De 4FM Groep NV zou in dit geval op een later tijdstip een mindere score behalen dan bijvoorbeeld de NV Vloro (Contact), waardoor zij opnieuw als tweede winnaar uit de bus zouden komen.
De kandidaten die het meeste recht op de licenties hadden? Het is maar te zien hoe men het bekijkt. Door het houden van een zeer subjectieve 'beauty-contest', voor de toekenning van de licenties, zal deze discussie bovendien wellicht nooit ophouden...
i-redactie met dank aan HC
Over de toekenning van de landelijke radiolicenties aan Q-Music en 4FM is de afgelopen maanden al heel wat inkt gevloeid. Men zou voor minder denken dat de eindeloos lang geworden discussie nu eindelijk op z'n einde zou lopen, maar niets is minder waar. Onlangs raakte het nieuws nog bekend dat radiomaker Gust de Coster, samen met zijn collega Christian Braems, opnieuw de toekenning van de twee radiolicenties zullen aanvechten. Eén van onze correspondenten verdiepte zich daarop nogmaals in de cijfertjes en punten van het VCM die de toekenning voorafgingen. Hij kwam tot de conclusie dat een ander gewogen gemiddelde van de punten, een heel andere uitslag zou hebben opgeleverd.
Een puntensysteem als uitgangspunt voor het bepalen van de 'winnaars' is namelijk steeds een erg subjectief gegeven. De uitslag hangt daarbij niet alleen af van de punten op zich op de verschillende onderdelen, maar ook van de gewichten die men aan de onderdelen toekent. Het Vlaams Commissariaat voor de Media kwam tot onderstaand rapport voor de kandidaten, waarbij de VMMa (Q-Music) en de 4FM Groep NV (4FM) voor hun inspanningen beloond werden:
Maar wat als we nu de gewichten die toegekend werden aan de verschillende onderdelen wijzigen, met behoud weliswaar van de scores per onderdeel die het VCM aan de kandidaten toekende? Het VCM hanteerde volgende gewichten: 50% voor programma- en zendschema, 20% op media-ervaring, 20% op business- en financieel plan en 10% op technische- en zendinfrastructuur. Om landelijke radio te maken moet men volgens het VCM dus vooral programma- en zendschema's hebben. Media-ervaring, verstand van zaken en de nodige techniek zijn beduidend minder belangrijk. Is dat wel zo? Wat als we de rollen nu eens zouden omdraaien?
Laten we eens zakelijk denken. Zonder geld geraakt men over het algemeen niet ver, zeker niet voor wat betreft het maken van landelijke radio. We kunnen daarom stellen dat een sterk business- en financieel plan de fundamenten vormen van een goed draaiend bedrijf. Omdat een gewicht van 50% net iets te weinig reserve zou bieden bij harde tegenwind, zetten we het gewicht voor het business- en financieel plan eventjes op 60% (in plaats van 20%). Zonder de nodige technische infrastructuur zal er anderzijds van radio maken niet veel in huis komen, vandaar een dat we eens gewicht nemen van 20% (in plaats van 10%). De overige beoordelingspunten media-ervaring en programmaschema's zijn uiteraard een must, maar zijn moeilijk objectief te bepalen. Vandaar dat we beiden een gewicht geven van 10%. Volgens dezelfde VCM-scores, maar nu met andere gewichten, komen we tot volgend resultaat:
Opmerkelijk is dat na de VMMa niet langer de 4FM Groep NV als tweede overwinnaar uit de bus komt, maar wel de NV VLORO (Contact-groep). Ook al verschilt het resultaat tussen beiden maar een half punt, nipt is ook gewonnen. Met andere gewichten aan de verschillende onderdelen, zijn er dus verschillende uitkomsten.
Men kan zich ook de vraag stellen of de punten die het VCM aan de onderdelen gaf, op een later tijdstip nog steeds geldig zijn. Met andere woorden, of de erkende radio-omroep zijn recht op erkenning kan blijven behouden wanneer blijkt dat de scores op sommige onderdelen na een tijd overgewaardeerd zijn. Bij 4FM bleken er bijvoorbeeld al snel problemen te zijn met het financieel plan en de technische zendinfrastructuur. Dit waren achteraf gezien duidelijk hun minder goede 'punten'. De 4FM Groep NV zou in dit geval op een later tijdstip een mindere score behalen dan bijvoorbeeld de NV Vloro (Contact), waardoor zij opnieuw als tweede winnaar uit de bus zouden komen.
De kandidaten die het meeste recht op de licenties hadden? Het is maar te zien hoe men het bekijkt. Door het houden van een zeer subjectieve 'beauty-contest', voor de toekenning van de licenties, zal deze discussie bovendien wellicht nooit ophouden...
i-redactie met dank aan HC
- 110 keer gelezen
