DE RADIO WEEK VOLGENS HUGO VAN VLAENDEREN
De maand december ging bijna haar feestelijke intrede doen in het jaar 2003. Het grote radiofeest kwam ook dichtbij, de laatste erkenningen zouden tussen de pakjes onder de kerstboom liggen. De Administratie Media was de verpakkingen volop aan 't klaar maken, ze zouden versierd worden met kleine antennetjes in plaats van de overbekende strikjes. Super Marino had zelfs al een kerstpak gepast, de witte baard paste helemaal bij de kleur van zijn haar. De mediaminister dacht er namelijk aan om een kerstmarkt in te richten voor alle radio-kinderen, daar zouden ook de erkenningen overhandigd worden aan de gelukkigen. Een kabinetsmedewerkster wees hem echter tijdig op een risico in zo'n uitreiking. De radiokinderen die geen erkenning in de wacht sleepten zouden niet tevreden zijn met enkel een extra glas Glühwein. De lege handen zouden dan wel eens vuisten kunnen worden, de kruidnagel in de drank zelfs buskruit in het hoofd van de betrokkenen. Dat was niet de bedoeling, de radio-kerstmarkt verdween weer in de koelkast en Super Marino trok zijn blauw maatpak weer aan. Alles onder controle en zo zou dat ook blijven.
Toen ging de telefoon. 'Mijn nieuwjaarsbrief is al goed bekend geraakt' zei een stem. Het was die van Bart Stormers, de resident-Minister. Super Marino wist dat hij het over de mediaplannen in Bussel wou hebben. 'Die plannen met FM Bussel zijn toch niet nieuw?' probeerde hij. Bart Stormers wou in de hoofdstad de Vlaamse mediakrachten bundelen in eenzelfde gebouw, daar hoorde dus ook een radio bij. 'Bovendien zullen de pendelaars nogal tevreden zijn' repliceerde de resident-Minister onmiddellijk. Hij wou zijn project natuurlijk zo goed mogelijk verdedigen, de beslissende weken kwamen er aan. Het was ook niet de eerste keer dat Super Marino hem over de pendelaars hoorde praten. FM Bussel moest de Vlamingen die dagelijks in Brussel gaan werken tijdig de nodige informatie geven. Een kabinetsmedewerker had daar al een grap over gehad. 'Radio Quatre Bras!' had die lachend gezegd. 'Elke morgen als de pendelaars in de files in Hoeilaart en Sterrebeek of zo terecht komen kunnen ze dat op de radio bevestigd horen. 'Ondertussen kunnen we hen ook andere informatie geven, ze hebben dan toch tijd om te luisteren' had Bart Stormers op die opmerking geantwoord. Daar zat wel iets in natuurlijk, het zou ook iets anders zijn dan de vallende sterren op Q-Music. Hij had trouwens nog zo'n dossier binnengekregen, Brussel Lokaal wou de Vlaamse band met de lokale activiteiten ook al versterken. 'De Vlamingen zijn goed wakker geschoten in de media' had Super Marino toen gedacht. Hij moest uiteindelijk de knoop doorhakken in meerdere aanvragen voor de beschikbare frequenties. Ze hadden hem goed liggen met al hun goede bedoelingen.
De telefoon rinkelde weer. 'Omdat de bestaande vergunningen opnieuw verlengd worden kunnen wij helaas de contracten met de medewerkers niet langer verlengen' zei iemand in gebroken Nederlands. Het was De Cisse van Radio Contact. De dolfijn-baas had hem al een paar keer opgebeld, met de vraag of het nog lang zou duren. 'Zolang als nodig is' had Super Marino dan geantwoord. De Cisse begreep dat niet, hij had een paar jonge dolfijnen in het zwembad klaar staan en wou die zo snel mogelijk laten zwemmen. 'Ik kan die geen eten blijven geven als er niet snel beslist wordt' had hij dan gezegd. De minister begreep wel dat ook een radiocircus de dieren achter de schermen niet op hun honger kan laten zitten. 'Tegen het einde van het jaar zijn de erkenningen klaar' stelde Super Marino, hij had dat altijd gezegd en zou zich daar aan houden. De Cisse stuurde daarop een persnota uit. 'Zonder toekomstperspectief zijn wij verplicht om een aantal lokale zwembaden te sluiten' zei hij daarin. De lokale dolfijnen flipperden treurig, dat was trouwens niet de eerste keer. Super Marino was er niet blij mee. Terwijl hij in Brussel voor iedereen het beste probeerde te zoeken lieten ze hem nu weer als lokale dolfijnenkiller doorgaan. De kerstmarkt was daarmee voorgoed geschrapt, de pakjes moesten ook maar iets minder kleurig worden. 'Business as usual' dacht hij en concentreerde zich weer volop op de dossiers. Hij had gezegd dat het tegen het einde van het jaar zou rond zijn, en zo zou het ook blijven.
Ondertussen klonk er toch gejuich in Gent. Radio Roeland wou vooral 'contact' met de luisteraars. Ze namen zich daarom voor om zoveel mogelijk naar buiten te gaan, dat wordt dus een radio die regelmatig 'op stap' is. Ook in Antwerpen werd een blijde boodschap verkondigd. Radio Stad wou als onafhankelijke radio een X-date hebben met het Antlantis-verleden. 'We gaan dat originele verleden verder zetten' stelden de verantwoordelijken onomwonden. Hun woorden waren nog niet koud of hun nieuwe logo stond al volop in vraag in de radiowereld. Leek dat niet op het logo van Engelse investeerders? 'We moeten ergens beginnen' zullen die van Antwerpen daarop gedacht hebben. Originaliteit in een tijd van digitale revolutie is niet meer zoals toen. Digitale revolutie? 'We moeten meer digitaal gaan' had Super Marino tegen zijn medewerkers gezegd. Die kregen meteen weer hoop op een ADSL-verbinding voor elke medewerker. Zouden ze dan toch eindelijk wat surf-plezier op de afdeling krijgen? Hun hoop was snel voorbij, de minister bedoelde de digitale radio. Hij voegde meteen de daad bij het digitale woord en voorzag in zijn nieuwjaarsbrief nieuwe vergunningen voor DAB.
Bij de VRT was men met verstomming geslagen. Zij waren al jaren moeite aan 't doen om DAB te promoten, zouden ze in de toekomst dat monopolie dan ook verspelen? 'We moeten ons wapenen' zei Tony Mary tegen zijn staf. Hij stuurde onmiddellijk een persbericht rond over een nieuw soort luisteronderzoek. 'Wij blijven de vernieuwers in de radiowereld' dacht de VRT-baas opgetogen toen hij zijn bericht in de pers zag staan. Super Marino las het toen hij met de mediamobiel op weg was naar huis. 'Rij maar eens langs de Brusselse invalswegen' had hij tegen zijn chauffeur gezegd. Hij was de Brusselse dossiers nog eens aan 't doornemen om een beslissing te nemen. Terwijl hij in de file naar Bertem stond aan te schuiven vond hij dat een automobilist toch wel veel tijd had om naar de radio te luisteren. Het file-publiek groeide met de dag, enkel het medium radio kon het echt bereiken. 'Zo'n massa is een interessante doelgroep' dacht hij luidop. Hij begreep meteen waarom Michel Follet voortaan een stuk van zijn nachtrust opofferde om de eenzame automobilist in de morgen te vergezellen. 'Radio als maatschappelijk werker' dacht Super Marino, en hij vond dat het weer de goede richting uitging met zijn mediaplannen.
Hugo van Vlaenderen
- 105 keer gelezen
