Get Adobe Flash player
15
apr 2003

CIM LUISTERCIJFERS GOLF 2, EEN UITGEBREIDE ANALYSE

Leeftijdsgroep 45+ bepaalt voor 60% de cijfers, slechts 23% lokale radio's opgenomen!DOSSIER: CIM LUISTERCIJFERS GOLF 2, EEN UITGEBREIDE ANALYSE

Er werd druk uitgekeken naar de tweede golf van luistercijfers. Omdat de eerste golf brak met het verleden zou de tweede voor het eerst vergelijking toelaten. Marktcijfers hebben nu eenmaal maar één doel: winst of verlies meten. Het is echter even belangrijk te weten hoe cijfers zijn samengesteld en wat de waarde ervan is naar de bevolking én de sector toe. Hugo van Vlaenderen maakte exclusief voor iRadio een zeer uitgebreide analyse van de cijfers en de werkwijze van het CIM. Het volledige dossier kan gelezen worden onder onze rubriek "Dossiers", hieronder volgen alvast de conclusies ervan.

De studie Golf 2 van het CIM zit 16% onder de eigen doelstelling van teruggestuurde dagboeken en zelfs 32% onder die van Golf 1. Daardoor is de tweede golf minder volledig samengesteld dan de eerste. Bovendien is dat ook nadeliger voor de extrapolatie achteraf: 0,08% van de Belgen bepalen in Golf 2 het luistergedrag van 8,8 miljoen landgenoten (zoals door het CIM vooropgesteld), voor Golf 1 was dat nog 0,12%.

Het kan niet zijn dat 8.853 dagboeken (in de eerste golf nog 12.299) een exact beeld geven van het luistergedrag van een hele bevolking. Bij enquêtes is dat meer te aanvaarden, zo'n onderzoek is slechts een spiegel in de maatschappij. Voor luistercijfers - die hoofdzakelijk een commerciële bedoeling hebben - is een bredere input nodig. De gegevens van 8.353 Belgen uitrekken tot het volledige Belgische grondgebied is veel te breed om aanvaardbaar te zijn. Wie vertrouwd is met rapportering van marktgegevens weet dat men minstens 50% van de gegevens zou moeten hebben om op een aanvaardbare manier te kunnen extrapoleren. Zoiets zou echter onbetaalbaar zijn voor luistercijfers maar een té grote verbreding is iets beweren wat men in feite niet is. Het CIM streeft ook een 50/50 verdeling per landstaal na, en geeft daarom toe dat bepaalde provincies relatief zwakker vertegenwoordigd zijn. Die optie kan wel goed zijn voor een eerlijke verdeling tussen de beide talen, het stemt niet overeen met de bevolkingswaarde (60/40). Het CIM heeft uiteindelijk in Golf 2 ook 54% Nederlandstalige dagboeken en 46% Franstalige. Bovendien baseert het CIM zich voor de uitrekking over 8,8 miljoen Belgen (het door CIM bepaalde maximum 12+), op een verdeelsleutel van 58,5% 'Noord' en 41,5% 'Zuid' voor. De 50/50 verdeling benadeelt dan de Vlaamse gegevens omdat die naar een bredere bevolking (58,5%) geëxtrapoleerd worden. Berekening op basis van beschikbare bevolkingscijfers geeft trouwens geen 8,8 miljoen luisteraars ouder dan 12 jaar (of 86% van de totale bevolking), maar slechts 7,5 miljoen (of 73,4% van de totale bevolking), dit op basis van cijfers van schoolgaande jeugd. Het is niet duidelijk waar het CIM deze 1,3 miljoen luisteraars (12+) méér vandaan haalt. Ten opzichte van Golf 1 is in de tweede golf ook een grotere afwijking op die bevolkingscijfers in 'Noord' dan in 'Zuid'.

Het CIM geeft toe dat er een relatieve zwakte bestaat in vertegenwoordiging van jongere individuen (tot 34 jaar), de oudsten en de sociale groepen. Belangrijk is ook dat de studie Golf 2 voor 60% gebeurde bij personen ouder dan 45 jaar. Dat is ver boven hun aandeel in de Belgische bevolking (3,9% meer), de weerspiegeling ervan beïnvloedt de gegevens van radio's die de inbreng van de overige 40% nodig hebben. De manier van onderzoeken – telefonisch – zou daarom eens dringend herbekeken mogen worden. In een vluchtige maatschappij is de communicatie sterk gewijzigd de laatste jaren. Het CIM bereikt door de gekozen manier van onderzoek misschien sneller ouderen dan jongeren en dat is nadelig voor een juist onderzoek. Redressering van deze gegevens mag dan goed bedoeld zijn, het blijft aanpassing van gegevens op eigen denkvermogen en verandert de fouten in de studie zelf niet.

Opvallend is ook de indeling die het CIM aan de radio's geeft. Een aantal Franse zenders zijn apart opgenomen (Europe 1, Chérie FM, enz...). Dat is niet het geval voor bijvoorbeeld Nederlandse zenders. Bovendien blijven heel wat gegevens onduidelijk, ondanks de 'recall' die gebeurt. Zo stelt het CIM dat de miniketen 'FM Limburg' als benaming verwarrend kunnen zijn met 'Limburg' (Radio 2). Bij de lokale radio's zijn 43% in 'Noord' en zelfs 70% in 'Zuid' niet duidelijk omschreven ('Belgian Local', 'Station indéterminé'). Recall zou hier wonderen kunnen doen, hun aantal vertegenwoordigt namelijk bijna de helft tot drie vierde van de hele sector! In totaal zijn slechts 23% van de Vlaamse lokale radio's opgenomen, in de regio 'Zuid' slechts 14 radio's (hun volledige aantal ontbreekt)! Het zou kunnen dat de dagboeken geen melding maken van de ontbrekende radio's, dat heeft echter ook te maken met de plaatsen waar onderzocht wordt. Als het CIM deze sector ernstig zou willen nemen zou de studie ook breed genoeg moeten gebeuren om tenminste iedereen een kans te geven. Anders blijft het énkel een indicatie, géén gegeven voor de hele bevolking. Tenslotte valt de grote aanwezigheid van Franstalige radio's op in regio 'Noord', 3% in totaal. De studie baseert zich nochtans op een aanduiding van de deelnemer als hoofdtaal om deze dagboeken in een regio onder te brengen. De Vlaamse luisteraars die naar Franstalige radio's luisteren gaven dus op dat ze Nederlandstalig zijn. Hun aantal lijkt dan ook zeer groot (145.000), wat te maken zou kunnen hebben met uitgebreider onderzoek in tweetalige streken.

Hugo van Vlaenderen