BEWEEGT ER IETS ACHTER DE ANTENNE?
DEEL 3: VLAAMSE RADIO'S MAKEN ZICH OP VOOR NIEUWE VERGUNNINGEN
Dat er de laatste tijd heel wat beweegt in het Vlaamse radiolandschap zal iedereen al wel opgevallen zijn. Iedereen is in dit geval de radiowereld zelf en alle betrokkenen daarbij, niet zozeer de luisteraars. Op antenne is namelijk nog niet veel te horen van die bewegingen, het gebeurt eerder 'achter de antenne'. Voor één keer keek iRadio dus naar de radio, vooral achter de schermen. Na de Amerikaanse interesse en de voorstelling van Emmis Communications, kijken we eens dieper in het frequentieplan en de wijzigingen in het radiolandschap.
EEN NIEUW GEHEEL
In mei van dit jaar, vlak voor de federale verkiezingen, kwam er dan toch een nieuw frequentieplan, dat in juli ook werd aanvaard en goedgekeurd. Het mediabeleid wou na de oprichting van landelijke radio-omroepen ook betere kansen creëren voor lokale radio's. Het nieuwe plan herschikt de FM-band (87.5-107.9 MHz). Hierbij wordt ook meer ruimte voorzien voor de landelijke radio's. Zoals verwacht komen er vijf regionale radio's, elk met ongeveer een dekkingsgebied per provincie. Dat de uitgevers in deze regionale radio's een belangrijke rol zouden spelen, is niet onverwacht. De mededingers voor een landelijke radio-omroep hadden de boot gemist, dit zelfs na sterke geruchten dat minister-president Patrick Dewael Concentra en VUM de opdracht zou hebben gegeven om een alliantie te vormen met NRJ. Dat die uitgevers nu met radioplannen terugkomen, is dus niet opmerkelijk. Uiteindelijk blijven er 294 frequenties over voor lokale radio-omroepen, dit op 177 verschillende locaties.
POWER TO THE PEOPLE
De frequentieband wordt opgedeeld in comfortzones voor verschillende (lokale) vermogens. Exact 250 lokale frequenties krijgen een vermogen van 100W of een soort equivalent ervan. Voor de overige 44 frequenties wordt een groter vermogen voorzien, tussen 316W en 5012W. Dat is een behoorlijke zendkracht voor een lokale radio. Op sommige plaatsen zelfs een stevig(er) antwoord op landelijke of regionale frequenties. Waar bepaalde radio's hun frequentie met enige wrevel zagen verdwijnen, lijken er dus ook mogelijkheden te zijn om plaatselijke radio steviger uit te bouwen. Dé grote vraag bleef echter wat er met de ketenradio's zou gaan gebeuren. Hilde de Coen, raadgever van mediaminister Keulen bracht raad. Grotere vermogens waren niet voor onafhankelijke initiatieven alleen, maar stonden ook open voor de ketenradio's. Om geen derde landelijk net te worden, moesten die wel zorgen voor een eigen lokale invulling. De minister wees zelfs op een zuivering van hinderende en niet-functionerende zenders in de sector. Hij stelde dat als grote spelers zoals Contact daar weg zouden zijn, dit meer mogelijkheden geeft voor andere (lokale) radio's.
VIER SOORTEN RADIO'S
De uitspraak wekte enige verbazing. Een eigen lokale binding houdt ketenradio's uiteraard binnen de lijnen van het decreet. In een artikel in de Financieel-Economische Tijd van 30 juni 1999 beweerde Jan D'Haese dat uit een studie, over de toenmalige uitbouw van het NRJ-netwerk, gebleken was dat 20 tot maximaal 25 zenders in Vlaanderen zouden volstaan voor een nationale (landelijke) dekking. Dat was in de periode van officieel 100W-zenders en 8 kilometer comfortzone. De grote vermogens werden nu eveneens voorzien op een twintigtal plaatsen, er is dus mogelijkheid voor ketens. De officiële indeling van commerciële radio in het mediabeleid maakt een onderscheid in drie groepen: landelijke, regionale en lokale omroepen. In feite zijn het er dus vier: de groep van lokale omroepen wordt ingedeeld in gewone lokale zenders en grotere vermogens, waar de ketens 'toegelaten' worden.
POPULAIRE STEDEN KOSTEN GELD
Als men strategisch een radiolandschap zou indelen in grotere vermogens, dan dient men rekening te houden met belangrijke steden. Als we bijvoorbeeld de voorstelling van ons land op de website www.worldatlas.com bekijken dan komen de steden Antwerpen, Brugge, Brussel, Gent, Hasselt, Kortrijk, Mechelen, Oostende regelmatig voor, Leuven wordt ook vernoemd. Al die steden liggen goed verspreid over het hele Vlaamse land en kregen ook verscheidene sterkere stadsfrequenties. Een topdown van grote lokale vermogens per stad ziet er als volgt uit:

Al is dit dan geen uitgestraald vermogen, de 9 'populaire' steden zijn goed voorzien van lokale zendkracht, zelfs 65% van het totaal. De andere steden spreiden meer sterkere stadsvermogens over de provincies en het Vlaamse land, met vooral Aalst en Egem als zware uitschieters. Dergelijke – of andere – indelingen van grotere vermogens voor stadsradio's zouden kunnen nodig zijn om investeerders te overtuigen. De minister onderstreepte zelf dat voor deze aanvragen goed over de kostprijs moest nagedacht worden. De nodige zakelijke interesse vraagt echter ook om concrete vormgeving, verwachtingen alleen overtuigen weinig.
GENOEG PLAATS VOOR KETENS?
Radio Contact bouwde jarenlang een sterke positie op in het lokale niveau. De keten bezet in totaal 84 frequenties of bijna 30% van het lokale radiolandschap in Vlaanderen. Tot voor kort waren de VMMa (TOPradio en Mango, met samen 49 stations) en NRJ Vlaanderen (met 17 radio's) de grootste ketenconcurrenten van de dolfijn. Samen hadden ze 149 frequenties in gebruik, zo'n 50% van de beschikbare frequenties op dat moment. TOPradio is ondertussen onafhankelijk geworden, Mango bleef onder toezicht van Roularta enkel in West-Vlaanderen, NRJ verdween van het toneel. De aangekondigde plannen voor een netwerk met Nostalgie zijn weinig merkbaar, andere initiatieven bleven eerder regionaal. De positie van de dolfijn is echter ook een tweeledige: op 53 frequenties wordt Radio Contact uitgezonden, op de overige 31 is dat Contact2. Een gelijkwaardige landelijke dekking voor de twee zenders zou al een behoorlijke hap uit de voorziene grote vermogens halen, maar de ruimte is er principieel. Ondertussen is geweten dat de provinciale aanvraag van Contact in Vlaams-Brabant en Brussel een ander product zou gaan uitzenden. Omdat Contact Vlaanderen de laatste tijd veelvuldig opdook in lokale vzw's, bestaat het vermoeden dat de dolfijn tóch zal kiezen voor 'gewone' lokale aanvragen. Mogelijk probeert de dolfijn haar positie in de lokale radiomarkt te behouden door op alle niveau's mee te spelen. Dat zou dan haaks staan op wat de minister stelde in het interview op politics.be. Bovendien zijn er nog relaties tussen uitgeversgroepen en lokale radio's. Concentra Media bevestigde ons eerder dat zij 'openstaan voor elk initiatief van zowel een regionale radio-omroep als een lokale radio. Na het behalen van een zendvergunning kan over concrete samenwerking gesproken worden'. Woordvoerder Koen Van Parijs bevestigde dat een aantal initiatiefnemers effectief projecten hadden voorgesteld. Hij benadrukte echter dat dit 'embryonaal is en er daarbij geen enkel initiatief van Concentra Media uitgaat'. Ketens als Contact en TOPradio zouden voor beschikbare grote vermogens dus wel eens sterke tegenkandidaten kunnen krijgen. Cool FM en nieuwkomer Emmis waren de laatse maanden ook opgemerkte aanwezigen in die streken.
Morgen: Deel 4 – DE ACHTERGROND VAN COOL FM EN EMMIS IN VLAANDEREN
i-redactie (HC)
- 109 keer gelezen
