Get Adobe Flash player
13
mei 2002

BELEIDSNOTA INZAKE PARTICULIERE RADIO IN VLAANDEREN

De gedetailleerde beleidsnota van Dirk Van Mechelen DOSSIER: BELEIDSVOORSTEL INZAKE PARTICULIERE RADIO IN VLAANDEREN

Afgelopen week raakte meer informatie bekend omtrent de plannen van Mediaminister Van Mechelen over het nieuwe frequentieplan voor lokale en regionale omroepen. Onze redactie kreeg nu het hele dossier in handen dat als titel meekreeg \'BELEIDSVOORSTEL INZAKE PARTICULIERE RADIO IN VLAANDEREN\'. De begeleidende brief gevolgd door de beleidsnota kan je hieronder terugvinden:


Geachte,

Met dit schrijven heb ik het genoegen u, in uitvoering van het Vlaams regeerakkoord van 1999 en de beleidsnota Media 2000 - 2004 in bijlage een kopie te bezorgen van het beleidsvoorstel inzake particuliere radio in Vlaanderen dat ik in het Vlaams Parlement heb ingediend voor bespreking.

Voor een goed begrip haal ik vooreerst even aan dat voorliggend voorstel kadert in het Vlaams regeerakkoord dat expliciet stelde dat zal worden nagegaan of aanvullende initiatieven op het vlak van radio mogelijk zijn tot uitbouw van een meer gediverelfleerd en geliberaliseerd radiolandschap.

In het bijgevoegd document wordt nu een zeer concreet voorstel gedaan om, in het belang van de leefbaarheid en kwaliteit van de particuliere radio-omroepen, naast de lokale dimensie ook een regionale dimensie toe te wijzen aan het niet - openbaar radio initiatief. Er wordt dus eindelijk een volwaardig perspectief gecreëerd voor particuliere radio.

Het uitgangspunt van bijgevoegd voorstel is dat het medium particuliere radio in Vlaanderen zich na twintig jaar eindelijk moet kunnen ontwikkelen als een volwaardig medium, daar waar het medium voorheen enkel werd geduld vanuit een visie van complementariteit. Vlaanderen is hiermee meteen één van de laatste regio\'s om het medium particuliere radio eindelijk op de kaart te zetten en een eerlijke kans te geven.

Voorliggend voorstel betekent concreet zowel dat de \'historische\' beperkingen die in het verleden werden opgelegd aan de meer grootschalige initiatieven op het vlak van particuliere radio, t.v.v. van de openbare omroep, zullen worden weggenoemen, alsook de lokale particuliere initiatieven en stadsradio\'s voldoende ruimte zullen behouden. Daar waar lokale radio immers die rol speelt als sociaal bindweefsel wil de Vlaamse regering daarvoor voldoende mogelijkheden voorzien.

Het is van belang hierbij op te merken dat in de voorbije maanden zeer intendief werd gewerkt aan een nieuw frequentieplan met de bedoeling een maximum voor de hele frequentieband te bereiken. Door het terugbrengen van de bescherming van de VRT van 600 KHz naar 400 KHz en het wegnemen van de overlappingen van de VRT kon extra ruimte voor particuliere radio\'s vrijgemaakt worden. Door gebruik te maken van nieuwere technieken (red. Single frequency) werd eveneens getracht om de frequentiemogelijkheden uit te breiden en wordt maximaal geïnvesteerd in de verdediging van de Vlaamse belangen. Bovendien wordt nu ook voorgesteld om gebruik te maken van de volledige FM-band om een zo groot mogelijk aanbod inzake audiovisuele initiatieven voor het partelier initiatief te voorzien en wordt een bijkomende vereenvoudiging van de reglementering voor particuliere radio in het vooruitzicht gesteld.

Concreet meent de Vlaamse regering dat drie soorten particuliere radio\'s, elk met hun luisterpubliek en markt, in het Vlaamse medialandschap een plaats verdienen:

  • LOKALE/STADSRADIO-INITIATIEVEN met als voorzorgsgebied een lokale gemeenschap of doelgroep en een programmatie daarop afgestemd (dit omvat zowel een lokale omroep gericht op een gemeente, of een stadradio, of een doelgroepenradio zoals bijvoorbeeld studentenradio\'s of seniorenradio\'s). Hiertoe kunnen zeker een 250 tal frequenties gevonden worden, naast nog enkele tientallen stadsradios. De mogelijkheid tot samenwerking blijft bestaan.
  • VIJF REGIONALE INITIATIEVEN die als amnitie hebben een volwaardige radioprogrammatie te brengen binnen een voldoende groot gebied. Het is hierbij de bedoeling om in Vlaanderen regionale particuliere radio mogelijk te maken, naast de huidig monopolie van de openbare radio, met regionale opstelling.
  • LANDELIJKE RADIO-INITIATIEVEN die als ambitie hebben een privaat alternatief te zijn voor de landelijke openbare netten.
  • De Vlaamse regering streeft ernaar om dit nieuw frequentieplan in het belang van de particuliere radio in Vlaanderen te realiseren tegen einde 2002. De implementatie van het nieuw plan zal in de eerste jaarhelft van 2003 dan concreet vorm kunnen krijgen op het terrein. Tevens dringt de Vlaamse overheid om redenen van rechtszekerheid en economische leefbaarheid bij de federale overheid aan op een coherente regelgeving voor frequentieplanning en coördinatiebeheer en aan een adequate etherpolitie.

    Graag maak ik van de gelegenheid gebruik om u eraan te herinneren dat op 14 mei \'02 in het Vlaans Parlement een hoorzitting zal plaats hebben omtrent particuliere radio in Vlaanderen. Aarzel niet mij eventuele reacties mee te delen. Ik achtte het nuttig u hiervan als rechtstreeks betrokken media-actor in te lichten en wens er u een goede ontvangst van.

    Met de meeste hoogachtig.

    Dirk Van Mechelen
    Vlaams minister
    Van Financiën en Begroting.
    Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening.


    BELEIDSNOTA PARTICULIERE RADIO IN VLAANDEREN

    1. Voorafgaandelijk: het Vlaams mediabeleid in het teken van een eerlijke concurrentie


    De beleidsbrief Media 2002 stelt dat de Vlaamse Gemeenschap er in het bijzonder naar streeft om een divers en stabiel medialandschap te stimuleren en de Vlaamse kulturele identiteit te bevorderen. In een samenleving die evolueert naar een technologische leefomgeving en informatiemaatschappij, zal zij bijzondere aandacht besteden aan de vrijwaring van de toegang tot een uitgebreid divers en betaalbaar informatieaanbod, zijnde één van de premissen van de werking van een parlementaire democratie. De overheid heeft daarbij geenszins de ambitie om de inhoud van het informatieaanbod te bepalen, maar anderzijds heeft de overheid wel de plicht de pluriformiteit van het aanbod te helpen vrijwaren.

    In deze context voert de Vlaamse Gemeenschap een kaderscheppend mediabeleid, waarin de media-actoren over voldoende ruimte kunnen beschikken en gestimuleerd worden om (eventueel aanvullende) initiatieven te nemen in het belang van een sterk Vlaams medialandlandschap.

    Om tot voldoende evenwicht in het medialandschap te komen en dus tot \"eerlijke concurrentie\" wordt de creatie van een kader met aandacht voor de Vlaamse culturele eigenheid van de media, de pluriformiteit van de media, de diversiteit en kwaliteit en het evenwicht op de advertentiemarkt als belangrijkste financieringsstroom, voorop gesteld.

    De Vlaamse regering streeft in dit verband naar een kader om de toegang tot de markt, een markt die jarenlang het terrein van de openbare omroep was, voor verschillende soorten particuliere radio-omroepen, ook voor nieuwkomers te bevorderen.

    Het is de bedoeling dat de omroepen zowel voor de adverteerder als voor de luisteraar op het vlak van hun \'format\', de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de programmering een verrijking zullen zijn.

    Gelet op de relatieve schaarste aan frequentieruimte die er vandaag nog heerst, is het bovendien essentieel om het radiospectrum efficiënt te beheren. Economische, maatschappelijke en culturele motieven zullen bepalen hoe tot een doelmatige verdeling van frequenties kan worden gekomen.

    2. Retroacta en het Vlaams radiolandschap vandaag


    2.1. Retroacta
    Voor een goed begrip is het nuttig vooraf een en ander in herinnering te brengen...
    Sinds de jaren zeventig bestaan de \'vrije radio\'s\' die, na een chaotische aanvangsfase, bewezen in het medialandschap een plaats te hebben en aan een luitsterbehoefte te voldoen.

    Het decreet van 6 mei 1982 had de bedoeling de vrije radio\'s te legaliseren en het radiolandschap enigszins te stroomlijnen. Het decreet werd uiteindelijk een volwaardig compromis tussen de voorstanders van \" vrije radio\" en diegenen die het \"project lokale radio\" voorstonden.

    Het decreet van 1982 werd vervangen door het decreet van 7 november 1990 dat duidelijk opteerde voor kleinschalige radio, als complementair medium van de openbare omroep, en geen kansen bood voor het zogenaamde grootschalige \'commercieel\' initiatief.

    Het Vlaamse radiolandschap werd tenslotte nog bij decreet van 7 juli 1998 gewijzigd: deelname aan samenwerkingsverbanden voor lokale radio\'s werd mogelijk gemaakt, wat op het terrein netwerken, samenwerkingsverbanden en allianties met andere media deed ontstaan.

    2.2. Het huidig Vlaams radiolandschap
    Teneinde na twee decennia de werking van het lokaal radiolandschap in Vlaanderen in kaart te brengen en a.h.w. een status questionis op te maken, werd in het najaar 2001 de opdracht gegeven aan de administratie Media om een onderzoek uit te voeren naar de werking van alle particuliere radio\'s erkend door de Vlaamse Gemeenschap. Tevens werd een volledige inventaris opgesteld met opgaaf van de gebruikte frequenties.

    In Vlaanderen zijn op dit ogenblik (anno 2002) 306 particuliere lokale radio\'s erkend. Het gaat hier om lokale kleinschalige radio\'s, met een heel beperkt zendvermogen (ca. 100 Watt). Deze radio\'s zijn ondergebracht in de FM - band 102.2-107.9MHz.

    Op basis van de jaarverslagen en werkingsverslagen, bezoeken ter plaatse en gesprekken blijkt dat de meerderheid van deze erkende radio\'s, al dan niet onder invloed van economische omstandigheden, bij een netwerk in de loop der jaren zijn aangesloten. Het is weliswaar nuttig om hierbij op te merken dat zich op dit terrein voortdurend binnen de netwerken zelf en ook tussen de netwerken onderling verschuivingen voordoen die gevolgen hebben voor het functioneren van de lokale radio-omroepen in Vlaanderen.

    Slechts een minderheid van de erkende radio-omroepen werken quasi volledig autonoom aan het concept \"lokale radio\". Deze radio-omroepen voeren de opdracht nog steeds uit conform de geest van het decreet van 1991 met betrekking tot de \'lokale radio\'.

    In het huidig Vlaamse radiolandschap tekenen zich de volgende ketens duidelijk af: Radio Contact en Contact 2, Top Radio, Radio Mango, C-Dance, RGR en FM Limburg en Nostalgie. Deze evolutie tot ketenvorming wijst op een doorgedreven centralisering van de werking op het vlak van infrastructuur, programma-aanmaak en informatieverwerking. Kenmerkend voor deze ketenvorming zijn de hoofdzakelijk nationale en regionale uitzendingen, soms ten koste van de lokale werking en lokale programma\'s.

    3. Visie m.b.t. een nieuw radioproject voor Vlaanderen


    3.1. Het regeerakkoord
    Het regeerakkoord van de Vlaamse regering van 13 juli 1999 \"Een nieuw project voor Vlaanderen\" spreekt zich uit voor een tegengaan van monopolies, voor onafhankelijk onderzoek van de frequentiemogelijkheden en voor de erkenning van lokale, regionale en landelijke radio:

    \"(...) In de media moet monopolisering worden tegengegaan. Er zal worden nagegaan of aanvullende initiatieven op audiovisueel vlak mogelijk zijn.

    Voor de particuliere radio\'s zal voor het einde van het jaar een plan worden uitgewerkt zodat de beschikbare frequentieruimte in Vlaanderen maximaal wordt benut. Dat plan moet worden opgesteld door een onafhankelijke instelling en moet aangeven hoeveel radio\'s (lokaal, regionaal, landelijk) een vergunning kunnen krijgen. Dat onderzoek moet uitgaan van een optimale frequentieaanduiding en van het feit dat de bescherming die de openbare omroep qua zendcomfort voor zijn zes zenders (Radio 1, 2 en 3, Studio Brussel, Radio Donna en Vlaanderen Internationaal) geniet, bepaald wordt op basis van Europese criteria. (...)\"

    3.2. De beleidsnota media
    De beleidsnota 2000-2004 Media expliciteerde de liberalisering en professionalisering van het Vlaams radiolandschap, inzonderheid via een optimale indeling en benutting van de frequenties en via radio\'s met een hoger vermogen:

    \"(...) a) De verdere professionalisering en liberalisering van het Vlaams radiolandschap wordt voorop gesteld teneinde een ruim en kwaliteitsvol aanbod te scheppen.
    Het aantal frequenties is beperkt. Een optimale indeling en benutting is essentieel voor een professioneel werkend radiolandschap.

    Om het Vlaamse radiolandschap derhalve optimaal te laten werken is een goede frequentieplanning onontbeerlijk, met aandacht voor het maximaal bestrijken van het Vlaamse grondgebied en met aandacht voor een maximaal luistercomfort (de verschillende radio\'s mogen elkaar niet of nauwelijks kunnen storen). Zonder een optimale frequentieplanning en duidelijke afspraken over de naleving ervan kan het systeem in de praktijk niet werken zoals het hoort, wat uiteindelijk leidt tot etherchaos.

    b) Met het oog op de professionalisering zal een nieuw frequentieplan worden opgesteld, waarin ruimte voorzien is voor radio\'s met grotere vermogens. Deze kunnen hierdoor een groter gebied en een ruimer publiek bereiken, wat meer kansen biedt op een grotere rendabiliteit en de economische leefbaarheid van het medium verhoogt. Met het opstellen van een nieuw frequentieplan wordt eveneens beoogd dat de beschikbare frequentieruimte optimaler zal worden benut.

    c) De Vlaamse regering wenst derhalve het particuliere radiolandschap bij te sturen en drie soorten particuliere radio\'s mogelijk te maken:

  • landelijke particuliere radio (band 87.5-102.4MHz)

  • regionale particuliere radio (band 102.5-104.8MHz)

  • lokale particuliere radio (band 104.9-107.9MHz) (...)\"
  • 3.3. Een nieuw radioproject
    Tijdens deze regeerperiode streeft de Vlaamse regering ernaar het medium \"particuliere radio\" en het beleid op dit punt, te actualiseren en in overeenstemming te brengen met een werkelijkheid, zoals die reeds jaren in onze buurlanden bestaat, en Vlaanderen eindelijk weer op de kaart te zetten.

    Daar waar tot voor de aanvang van deze regeerperiode enkel lokale initiatieven werden mogelijk gemaakt en geduld vanuit een visie van \'complementariteit\', heeft daarentegen deze regering er resoluut voor gekozen om drie soorten private radio\'s een daadwerkelijke en eerlijke kans te geven tot ontplooiing en creativiteit.

    De Vlaamse regering streeft ernaar om een nieuw frequentieplan t.b.v. particuliere radio in de band 102.5 - 104.8 MHz en 104.9 - 107.9 MHz te realiseren tegen einde 2002. Op die manier zal een nieuw frequentieplan voor landelijke, regionale en lokale particuliere radio - omroepen gerealiseerd worden. Het is immers de bedoeling om een zo groot mogelijk aanbod inzake audiovisuele initiatieven te verzekeren en om het medium particuliere radio voldoende en eerlijke kansen te bieden, dit o.m. door gebruik te maken van de volledige FM-band. Een nieuwe verlenging van de erkenningen voor meerdere jaren kan alleen maar de bevestiging brengen van een technische situatie die steeds maar slechter wordt, en van een gedoogbeleid (van de federale overheid en van de Franse Gemeenschap) dat een verder afglijden van het medium bedreigt.

    Voorliggend voorstel betekent dat de \'historische\' beperkingen die in het verleden werden opgelegd aan de meer grootschalige initiatieven op het vlak van particuliere radio, zullen worden weggenomen. Aan de andere kant zullen de bestaande mogelijkheden, zoals wettelijk vastgelegd en bevestigd in het Vlaams regeerakkoord van juli 1999, voor de openbare omroep niet worden aangetast en zullen lokale particuliere initiatieven voldoende ruimte behouden.

    De Vlaamse regering doet in voorliggend document een zeer concreet voorstel om, in het belang van de leefbaarheid en kwaliteit van de particuliere radio-omroepen, naast de lokale dimensie ook een regionale dimensie toe te wijzen aan het niet - openbaar radio-initiatief.

    Naast particuliere initiatieven die als ambitie hebben een volwaardige radio-programmatie te verzorgen binnen een voldoende groot gebied en aldus kunnen worden beschouwd als het (regionaal) particulier alternatief voor de openbare omroep, zal ook voor lokale particuliere initiatieven die zich met hun programmatie richten op een eerder lokale gemeenschap ruimte voorzien worden.

    De luisteraars hebben immers interesse voor wat er gebeurt in hun nabije omgeving; zij zijn bereid zich te integreren in het sociale leven van hun onmiddellijke leefgemeenschap. Daar waar lokale radio precies die rol speelt als sociaal bindweefsel wil de Vlaamse regering daarvoor voldoende mogelijkheden voorzien. Daarmee wordt ingegaan op een uitdrukkelijke vraag van het Vlaams Parlement.

    Anderzijds zal aan particuliere radio\'s die een regionaal of landelijk karakter willen vertonen, óók de kans gegeven worden om hun creativiteit te uiten. Zoals er op het vlak van televisie concurrentie mogelijk is, moet dit ook kunnen op het vlak van radio.

    In 2000 en 2001 werd het regelgevend kader gecreëerd om over te kunnen gaan tot de erkenning van particuliere radio-omroepen die zich richten tot de gehele Vlaamse Gemeenschap. Met het decreet van 1 december 2000 (B.S. 9 januari 2001) werd de toegang tot de markt voor commerciële spelers mogelijk gemaakt, en werd de doorbraak van het openbaar landelijk radiomonopolie eindelijk een feit.

    Hiermee werd een eerste aanzet gegeven tot de uitbouw van een meer gediversifieerd en geliberaliseerd radiolandschap.

    In het vervolg van deze liberaliserings - en professionaliseringsbeweging van het radiolandschap in Vlaanderen, is het de bedoeling om regionale radio mogelijk te maken, naast het huidig monopolie van de openbare radio, met regionale opstelling. Daarenboven kan schaalvergroting de economische leefbaarheid van private radio ten goede komen.

    Concluderend kan worden gesteld dat er een volwaardig perspectief gecreëerd wordt voor particuliere radio-initiatieven. De Vlaamse regering stelt nu, in uitvoering van het Vlaams regeerakkoord, een kader voor waarin drie soorten particuliere radio\'s, elk met hun luisterpubliek en markt, in het Vlaamse medialandschap een plaats verdienen:

  • lokale radio-initiatieven met als verzorgingsgebied een lokale gemeenschap of doelgroep en een programmatie daarop afgestemd (dit omvat zowel een lokale omroep gericht op een gemeente, of een stadsradio, of een doelgroepenradio zoals bijvoorbeeld studentenradio\'s of seniorenradio\'s);

  • regionale initiatieven die als ambitie hebben een volwaardige radioprogrammatie te brengen binnen een voldoende groot gebied en die aldus kunnen beschikken over inkomsten die voldoende groot zijn om deze professionele opstelling waar te maken en a.h.w. een privaat alternatief zijn voor het openbare regionale omroepprogramma (radio 2);

  • landelijke radio-initiatieven die als ambitie hebben een privaat alternatief te zijn voor de landelijke openbare netten.

  • 4. Stand van zaken m.b.t. de uitvoering van het Vlaams regeerakkoord


    De streefdatum voor een volledig nieuw radiobeleid was 01 januari 2002. De erkenningen van de lokale radio-omroepen waren immers tot de datum van 31 december 2001 verlengd bij decreet van 15 december 1998 (B.S. 31 december 1998) en 18 mei 1999 (B.S. 21 juli 1999).
    De datum van 01 januari 2002 om een volledig nieuw frequentieplan in werking te doen treden kon evenwel niet worden gehaald. Bij decreet van 21 december 2001 (B.S. 30 januari 2002) werden de erkenningen voor de lokale radio-omroepen verlengd tot 31 december 2002.

    Omdat de lokale radio\'s erkend waren tot 31 december 2001 besliste de Vlaamse regering om in een eerste fase in de band 87.5-102.4 MHz, die tot dan exclusief aan de openbare omroep was voorbehouden, vrijliggende frequenties te zoeken voor landelijke radio-omroep.

    4.1 De invoering van landelijke particuliere radio
    In een eerste fase werd in uitvoering van het regeerakkoord een technisch onderzoek verricht naar extra frequentie-mogelijkheden in de FM-band 87.5-102.4 MHz om ruimte te zoeken voor landelijke particuliere radio-omroepen met behoud van de bescherming van het zendcomfort voor de zes VRT-zenders op basis van Euopese criteria.

    De beleidsnota Media vermeldt expliciet dat het plan, opgesteld door een onafhankelijke instelling, zal aangeven of en hoeveel landelijke particuliere radio\'s kunnen worden erkend.

    Deze fase in de hertekening van het radiolandschap werd inmiddels gerealiseerd.
    Op basis van een onafhankelijk frequentieonderzoek uitgevoerd door het Nederlandse \"Nozema\" werden a.h.v. een volledige en objectieve inventaris van de frequenties, twee frequentiepakketten samengesteld die ter beschikking konden gesteld worden van landelijke particuliere radio - omroep. Op die manier werd naar een maximalisatie van de mogelijkheden gegaan in het belang van het medium. Het onderzoek toonde dus aan dat er wat dat bandgedeelte betreft nog frequentieruimte ter beschikking was...

    De Vlaamse Gemeenschap vatte conform de regels van het internationaal akkoord van Genève van 1984 en het KB van 10 januari 1992 betreffende de klankradio-omroep in de FM-band 87.5 - 108 MHz, de coördinatie aan van 67 frequenties op 30 april 2000, met een aanpassing op 17 november 2000, na overleg met Nederland.

    Het ontwerp van decreet tot invoering van de landelijke commerciële radio in Vlaanderen werd in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement unaniem goedgekeurd op 14 november 2000. De bekrachtiging en afkondiging gebeurde per 1 december 2000 (B.S. 9 januari 2001).

    In de daarop volgende maanden werden de noodzakelijke uitvoeringsbesluiten voorbereid:

  • Het \'erkenningsbesluit\' of het besluit houdende wijziging van het procedurebesluit van het Vlaams Commissariaat voor de Media werd goedgekeurd door de Vlaamse regering op 27 april 2001 (B.S. 12 mei 2001).

  • Het zendvergunningenbesluit werd goedgekeurd door de Vlaamse regering op 13 juli \'01 (B.S. 21 juli \'01).

  • Het frequentiebesluit werd goedgekeurd door de Vlaamse regering op 8 juni 2001 (B.S. 16 juni 2001).

  • Op 16 juni 2001 verscheen de oproep tot kandidaatstelling in het Belgisch Staatsblad.

    Sinds het najaar 2001 zenden 2 landelijke particuliere radio\'s uit, nl. \"Q-music\" en \"4FM\", nadat zij op 6 september 2001 beiden een omroeperkenning hadden bekomen van het Vlaams Commissariaat voor de Media.

    De hen toegekende frequenties werden gecoördineerd met het buitenland en werden conform de technische afspraken met de Gemeenschappen in dienst gesteld. Met alle buurlanden konden akkoorden gesloten worden. Met de Franse en de Duitstalige Gemeenschap was er een principieel akkoord over de meeste zenders. Ondanks concrete afspraken werden de besprekingen echter eenzijdig stopgezet op 23 mei 2001. Daarom zijn een aantal frequenties onder voorbehoud van definitieve coördinatie in de lijst van 8 juni 2001 opgenomen.

    Overeenkomstig het decreet van 1 december 2000 tot invoering van de landelijke particuliere radio-omroepen, hebben deze omroepen recht op minimaal 70% dekking binnen de Vlaamse ruit. Teneinde het zendcomfort van de landelijke particuliere radio-omroep te verbeteren is het de bedoeling om een aantal frequenties uit de band 102.5-104.8 MHz ter beschikking te stellen van of te ruilen met de landelijke radio\'s om hun zendbereik te verbeteren.

    4.2. De invoering van particuliere regionale radio en de inplanting van lokale radio-initiatieven
    4.2.1. De FM- band 102.5 - 104.8 MHz
    Na de opmaak van het frequentieplan in de band 87.5 - 102.4 MHz werd, zoals aangegeven in de beleidsnota Media, aanvang gemaakt met een herplanning van de band 102.5 - 104.8 MHz, dit op basis van een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd door de firma Broadcast Partners.

    In de beleidsnota Media 2000- 2004 wordt, rekeninghoudend met de technische imperatieven, geopteerd om in de band 102-104.8 MHz regionale radio\'s onder te brengen die eerder een provinciaal verzorgingsgebied zullen hebben, alsook (bijkomend) lokale (stedelijke) radio\'s.

    Deze tweede fase van herplanning betreft bijgevolg de optimalisering van de frequentieband 102.5-104.8 MHz via een gedeeltelijke of volledige terugkeer naar de grootvermogensassignatie van het internationaal Akkoord van Genève 1984. Het akkoord van Genève van 1984 voorzag in deze band de volgende grootvermogensassignaties voor Vlaanderen nl. 102.5 Genk, 102.9 Schoten, 103.0 Knokke, 101.0 De Panne, 103.1 Waver-Overijse, 103.4 Westerlo, 103.5 Destelbergen en 104.1 Aalter.

    Deze assignaties werden destijds opgesplitst in laagvermogens om meer lokale initiatieven te kunnen realiseren

    Echter begin 1994, keerde de Franse Gemeenschap unilateraal en zonder enige coördinatie terug naar haar grote vermogens met belangrijke storingen voor de Vlaamse radio\'s tot gevolg. Hierbij is het van belang om op te merken dat radio\'s van de Franse Gemeenschap niettegenstaande ze door de Raad van State reeds jaren geschorst zijn, met groot vermogen in de middenband blijven uitzenden.

    Om deze reden lijkt het een pragmatische oplossing om in het belang van de toekomst van het medium ook in Vlaanderen terug de grotere vermogens in dienst te stellen. Het in stand houden van louter kleinschalige radio onderhevig aan sterke storingen heeft immens desastreuze gevolgen en bedreigt het medium met een verder afglijden. Een meerjarige verlenging kan door een versnelde escalatie bij gebrek aan ruimte en aan zekerheid een stille dood voor vele radio-initiatieven tot gevolg hebben.

    De coördinatie van de onderzoeksresultaten werd op 22 juni 2001 officieel opgestart via het BIPT. Zestig assignaties werden ter coördinatie aangeboden. Alle oorspronkelijke Vlaamse grootvermogensassignaties van het plan van Genève 1984 (op Westerlo 103.4 MHz) na, werden daarin op vol vermogen opgenomen. Op basis van het plan dat door Broadcast Partners voor de FM-band 102.4 - 104.8 MHz werd ontwikkeld, wordt nu getracht regionale radio\'s met een eerder provinciaal verzorgingsgebied te realiseren, alsook stadsradio\'s.

    De technische parameters zullen ook hier bepalen hoeveel en welke soort radio\'s uiteindelijk mogelijk zullen zijn.

    4.2.2. De FM- band 104.9 - 107.9 MHz
    In de band 104.9-107.9 MHz zullen, op verzoek van het Vlaams Parlement, zo veel mogelijk lokale radio\'s prioritair worden ondergebracht. De Vlaamse Gemeenschap wenst daarmee in eerste instantie het behoud van het Low Power Agreement.

    Het is daarenboven de keuze van de Vlaamse regering om bijkomend alle leemtes of vrije ruimte in de volledige FM-band, waar technisch mogelijk, op te vullen met lokale radio-initiatieven. De ruimte die dus niet voor landelijke of regionale radio wordt voorbehouden zal maximaal ter beschikking worden gesteld voor stadsradio\'s, voor radio\'s voor specifieke doelgroepen en voor lokale radio\'s voor zover ze geen technische storingen veroorzaken.

    De concrete mogelijkheden en de voorwaarden daartoe zullen uiteraard na afronding van de coördinatieprocedure duidelijk zijn.

    5. Een nieuw decretaal kader voor particuliere radio-initiatieven


    Het huidig mediabeleid is erop gericht om een diversiteit in het aanbod te creëren en om zowel particuliere omroepen gericht op een groot publiek als particuliere omroepen met een bijzondere programmering kans te geven om tot de markt toe te treden.

    De Vlaamse regering stelt daarom voor het decretaal kader aan te passen zodat dat beter aansluiting zal vinden bij de werkelijkheid.

    Een vernieuwd en leefbaar particulier radiomedium is maar mogelijk indien het beleid, zonder rekening te houden met de bestaande frequentietoekenning, kansen geeft aan professionaliteit, bereikbaarheid en aan rechtstreekse gerichtheid, op de bevolking in zijn geheel of op specifieke doelgroepen.

    Omdat de frequentieruimte schaars is en omdat een divers en kwaliteitsvol aanbod de doelstelling is, wordt voorgesteld dat een aantal voorwaarden zouden worden opgelegd voor het bekomen en het behoud van een erkenning. Op die manier kunnen de ingediende erkenningsaanvragen beoordeeld worden op basis van een aantal kwalificatiecriteria (zoals programmatorische, creatieve, inhoudelijke en maatschappelijke mérites) en kan een vergelijkende toets worden gemaakt.

    Het voorliggend voorstel voor een nieuw decretaal kader voorziet de creatie van een bijkomend medium, nl. regionale omroepen, naast de lokale en landelijke particuliere omroepen. Maximaal zal getracht worden de regelgeving te vereenvoudigen. Het is de wil van de Vlaamse regering om de decreetgeving op dit punt transparant te maken. Dit beleidsvoorstel biedt de mogelijkheid om leefbare particuliere initiatieven verder kansen te geven in de ontwikkeling naar een volwaardig medium.

    5.1. Regionale radio-omroep
    Uit het onderzoek van Broadcast Partners blijkt dat in de FM-band 102.4 - 104.8 MHz vijf regionale radio-omroepen worden ondergebracht die een quasi provinciaal verzorgingsgebied bedekken met één of meerdere frequenties. Deze radio-omroepen kunnen gelijktijdig uitzenden via frequentiemodulatie en, voor zover ze daartoe een zendvergunning bekomen, digitaal aards.

    De opdracht voor regionale radio moet bestaan uit het brengen van een verscheidenheid aan programma\'s inzake informatie, cultuur en ontspanning die betrekking heeft op het verzorgingsgebied, dit met de bedoeling de communicatie onder de bevolking te bevorderen. Dit veronderstelt dus een programmering in functie van en met aandacht voor de eigenheid van de regio of regionale gerichtheid, waarbij de verslaggeving en berichtgeving of informatie rond culturele, sportieve en andere evenementen uit de regio deel zal uitmaken van een algemene programmering. Op die manier kunnen deze radio - omroepen bijdragen tot de algemene sociale en culturele ontwikkeling van de regio.

    De Vlaamse regering stelt voor dat de vijf regionale radio-omroepen vijf afzonderlijke juridische entiteiten zullen zijn. Een rechtspersoon zal dus niet meer dan één regionale radio-omroep kunnen exploiteren. Het is de regionale radio-omroepen niet toegestaan onderling structureel samen te werken. Het doel van deze beperkingen is duidelijk: voorkomen dat de regionale frequentiepakketten in één omroep verenigd worden zodat eenzelfde groep de controle zou krijgen over meerdere regionale radio\'s en tot de installatie van een derde landelijke radio-omroep zou overgaan.

    Met het oog op de economische leefbaarheid stelt de Vlaamse regering voor om samenwerking op het vlak van informatiegaring, programma-aanmaak en reclamewerving met regionale televisieomroepen als positief beoordelingscriterium mee in acht te nemen. De Vlaamse regering ziet hierin een wederzijds versterkende mogelijkheid op het vlak van de leefbaarheid voor beide media.

    Om erkend te worden zullen de regionale radio-omroepen dus ten minste moeten voldoen aan de volgende basisvoorwaarden:

  • de regionale radio-omroepen zullen worden opgericht in de vorm van een rechtspersoon. Het maatschappelijk doel van de rechtspersoon bestaat uit het verzorgen van radioprogramma\'s. De regionale radio-omroepen kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van hun maatschappelijk doel. De leden van de raad van bestuur mogen geen politiek mandaat bekleden, noch beheerder of bestuurder zijn van de openbare omroep of van een andere rechtspersoon die een particuliere radio-omroep beheert;

  • de zendinstallaties van de regionale radio-omroepen moeten gelegen zijn in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. De verplaatsing van de zendinstallaties is toegestaan voorzover die inpasbaar is in het frequentieplan en nadat de zendvergunning werd aangepast;

  • de rechtspersoon kan niet meer dan één particuliere radio-omroep exploiteren. Er mogen geen rechtstreekse noch onrechtstreekse bindingen bestaan tussen de rechtspersonen die een andere particuliere radio-omroep exploiteren;

  • de regionale radio-omroepen moeten onafhankelijk zijn van een politieke partij;

  • de radio-omroepen moeten een technische uitrusting gebruiken conform de wettelijke en decretale voorschriften en moeten zich houden aan de bepalingen van de zendvergunning. Tevens moeten zij het onderzoek naar de werking ter plaatse door de aangestelde ambtenaren aanvaarden. Het Vlaams Commissariaat voor de Media kan de regionale radio-omroepen, met het oog op het optimaliseren van het verzorgingsgebied, verplichten hun zendinstallatie te verplaatsen of een gemeenschappelijke zendinstallatie te gebruiken;

  • de regionale radio-omroepen moeten in het Nederlands uitzenden. De Vlaamse regering kan de voorwaarden bepalen waaronder het Vlaams Commissariaat voor de Media hierop afwijkingen kan toestaan;

  • de regionale radio-omroepen brengen een verscheiden aanbod van programma\'s. Deze programma\'s worden gerealiseerd op de eigen verantwoordelijkheid van de regionale radio-omroep. In de programma-inhoud en het uitzendschema wordt elke vorm van discriminatie geweerd;

  • de regionale radio-omroepen brengen dagelijks een ruim programma-aanbod dat een verscheidenheid aan onderwerpen bevat, waaronder informatieve programma\'s met nieuws en informatie uit de eigen regio. De dagprogrammatie van de regionale radio-omroep moet minstens drie journaals, gericht op de regio, bevatten;

  • de uitgezonden informatie moet beantwoorden aan de gangbare normen inzake journalistieke deontologie met waarborgen voor onpartijdigheid en redactionele onafhankelijkheid zoals vastgelegd in een redactiestatuut. Voor de journaals is een hoofdredacteur verantwoordelijk;

  • in de programmaopbouw moet een Nederlandstalig muziekaanbod gegarandeerd worden;

  • de regionale radio-omroepen moeten jaarlijks een werkingsverslag en een financieel verslag overleggen aan het Vlaams Commissariaat voor de Media.
  • De Vlaamse regering zal aanvullende kwalificatiecriteria opleggen en aan elk van deze criteria een weging toekennen. De aanvullende kwalificatiecriteria hebben betrekking op:
    de concrete invulling van het programma-aanbod en het zendschema, in het bijzonder de verscheidenheid in de programmatie, zoals informatieve programma\'s, nieuws en informatie uit de regio, aandacht voor de eigen regio en haar eigenheid; verslaggeving omtrent culturele, sportieve en andere evenementen uit de regio of van belang voor de regio;

    de media-ervaring;
    het financieel plan;
    businessplan;
    de technische (zend)infrastructuur.

    De Vlaamse regering zal hier de voorwaarden nader bepalen voor het indienen van de erkenningsaanvragen, de wijze waarop de aanvragen worden ingediend en de termijn voor het onderzoeken en het afhandelen van het dossier. Daarnaast is het de bedoeling om aan de kandidaten voor de regionale radio-omroep de betaling van een intekenprijs te vragen en van een waarborgsom aan de erkende omroepen.

    De regionale radio-omroepen moeten zich, nadat zij een erkenning hebben verkregen en voor de volledige duur van de erkenning, houden aan het door hen ingediende dossier en aan de basisvoorwaarden en aan de aanvullende kwalificatiecriteria, in overeenstemming waarmee het Vlaams Commissariaat voor de Media de erkenning heeft afgeleverd.
    De regionale radio-omroepen die na het verkrijgen van de erkenning, wijzigingen wensen door te voeren in de gegevens vermeld in de door hen ingediende dossier, waardoor wordt afgeweken van de basisvoorwaarden en van de aanvullende kwalificatiecriteria, in het bijzonder wat betreft de algemene programmatie, hun statuten of hun aandeelhoudersstructuur, vragen de goedkeuring aan het Vlaams Commissariaat voor de Media om deze wijzigingen door te voeren.

    5.2. Lokale radio-omroep
    De Vlaamse regering wenst in de volledige FM-band lokale radio-initiatieven plaats te bieden. De lokale radio-initiatieven kunnen zich richten op een stad, of een deel van een stad, een gemeente of een beperkt aantal aaneensluitende gemeenten, alsook tot een welbepaalde doelgroep. Het voorstel is dan ook om de bepalingen omtrent de \"agglomeratieradio\'s\" te schrappen uit de regelgeving; anderzijds kan nu ook gesproken worden over doelgroepenradio\'s en stadsradio\'s.

    Deze radio\'s in hoofdzaak ondergebracht in de bovenband (104.9-107.9 MHz) kunnen, samen met de saldi uit de andere frequentiebanden, onafhankelijk werken of ze kunnen opteren voor samenwerking. Volgend uit wat voorafgaat kan geen samenwerking mogelijk zijn met de landelijke particuliere radio-omroepen.

    De opdracht voor de \'lokale\' radio - omroepen bestaat uit het brengen van een verscheidenheid van programma\'s inzake lokale informatie, ontspanning, aandacht voor en verslaggeving van culturele, sportieve en andere evenementen met de bedoeling de communicatie onder de bevolking te bevorderen binnen het verzorgingsgebied. Dit veronderstelt evident een lokaal gerichte programmering en aandacht voor de eigenheid van het zendgebied. Er wordt voorgesteld om de verplichte percentages wat de eigen programmering en de dagprogrammatie betreft, te schrappen uit de regelgeving.

    Op het vlak van de erkenningsvoorwaarden wordt voorgesteld een bijkomende vereenvoudiging van de regelgeving door te voeren.

    Om erkend te worden en te blijven moeten de lokale radio-omroepen minimaal voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • de lokale radio-omroepen moeten worden opgericht in de vorm van een rechtspersoon. Het maatschappelijk doel van de rechtspersoon bestaat hoofdzakelijk uit het verzorgen van radioprogramma\'s. De lokale radio-omroepen kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van hun maatschappelijk doel. De leden van de raad van bestuur mogen geen politiek mandaat bekleden, noch beheerder of bestuurder zijn van de openbare omroep of van een andere rechtspersoon die een particuliere radio-omroep beheert;

  • de zendinstallaties van de lokale radio-omroepen moeten gelegen zijn in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, meer bepaald in het verzorgingsgebied van de lokale radio waarvoor een erkenning werd uitgereikt. De verplaatsing van de zendinstallaties is toegestaan voorzover die inpasbaar is in het frequentieplan en nadat de zendvergunning werd aangepast;

  • de lokale radio-omroepen moeten een technische uitrusting gebruiken conform de wettelijke en decretale voorschriften en moeten zich houden aan de bepalingen van de zendvergunning. Tevens moeten zij het onderzoek naar de werking ter plaatse door de aangestelde ambtenaren aanvaarden. Het Vlaams Commissariaat voor de Media kan de lokale radio-omroepen, met het oog op het optimaliseren van het verzorgingsgebied, verplichten hun zendinstallatie te verplaatsen of een gemeenschappelijke zendinstallatie te gebruiken;

  • de lokale radio-omroepen moeten onafhankelijk zijn van een politieke partij;

  • de lokale radio-omroepen moeten in het Nederlands uitzenden, behoudens afwijkingen toe te staan door het Vlaams Commissariaat voor de Media;

  • de lokale radio-omroepen brengen een verscheiden aanbod van programma\'s. Deze programma\'s worden gerealiseerd op de eigen verantwoordelijkheid van de lokale radio-omroep. In de programma-inhoud en het uitzendschema wordt elke vorm van discriminatie geweerd;

  • de lokale radio-omroepen brengen dagelijks een ruim aanbod van lokale informatie met aandacht voor de eigenheid van het verzorgingsgebied en voor de socio-culturele evenementen uit het verzorgingsgebied. De dagprogrammatie van de lokale radio-omroep moet minstens drie journaals, gericht op het verzorgingsgebied, bevatten;

  • de uitgezonden informatie moet beantwoorden aan de gangbare normen inzake journalistieke deontologie met waarborgen voor onpartijdigheid en redactionele onafhankelijkheid zoals vastgelegd in een redactiestatuut. Voor de journaals is een hoofdredacteur verantwoordelijk;

  • in de programmaopbouw moet een Nederlandstalig en gevarieerd muziekaanbod gegarandeerd worden;

  • de lokale radio-omroepen moeten jaarlijks een werkingsverslag en een financieel verslag overleggen aan het Vlaams Commissariaat voor de Media.
  • De Vlaamse regering zal ook hier de voorwaarden nader bepalen voor het indienen van de erkenningsaanvragen, de wijze waarop de aanvragen worden ingediend en de termijn voor het onderzoeken en het afhandelen van het dossier.

    Het voorstel is om indien er meerdere kandidaten zijn voor een frequentie die door het Vlaams Commissariaat voor de Media beschikbaar is verklaard, het Vlaams Commissariaat voor de Media de bevoegdheid te verlenen de erkenning op basis van de volgende criteria toe te kennen:

    \" de concrete invulling van het programma-aanbod en het zendschema, in het bijzonder de verscheidenheid in de programmatie; de aandacht voor nieuws en informatie of informatieve programma\'s gericht op het verzorgingsgebied en / of doelgroep; aandacht voor de lokale eigenheid en haar socio-cultureel gemeenschapsleven, in het bijzonder de aandacht voor culturele, sportieve en andere evenementen of evenementen van belang voor het verzorgingsgebied en / of doelgroep;

    \" de radio-ervaring als lokaal radiostation en van haar medewerkers, in voorkomend geval de opgedane ervaring in een eerdere erkenningsperiode;

    \" de technische (zend)infrastructuur.

    Overeenkomstig de huidige regelgeving zou de bepaling kunnen behouden worden die stelt dat de Vlaamse regering bijkomende voorwaarden voor erkenning kan opleggen.

    6. De opmaak en coördinatie van een nieuw frequentieplan


    6.1. Algemeen
    Voorafgaand aan de ingebruikname van een zender, moet er een nauwkeurige technische planning plaatsvinden. Technische frequentieplanning wordt vaak bemoeilijkt door verschillen factoren zoals:
  • het ontbreken van voldoende frequenties of een toestand van schaarste

  • afstemming met het buitenland in de grensgebieden en de andere Gemeenschappen wat de nodige tijd in beslag neemt: in de buurlanden en de Gemeenschappen is veelal een ander frequentieplan in gebruik en vandaar dat er afstemming noodzakelijk is om de verschillende gebruikersdoeleinden op elkaar af te stemmen

  • geografische omstandigheden kunnen de planning bemoeilijken

  • maatwerkplanning is eveneens vaak vereist

  • in sommige gevallen moeten rekening worden gehouden met wettelijke beperkingen omtrent het bereik van zenders

  • Wat de situatie binnen België betreft is het noodzakelijk aan te stippen dat ingevolge het arrest van het Arbitragehof van 7 februari 1991 de Gemeenschappen bevoegd zijn voor het opstellen van hun frequentieplannen.

    Bij arrest 1/91 van 7 februari 1991 van het Arbitragehof wordt \"de aangelegenheid van de radio-omroep en de televisie in haar geheel - het uitzenden van mededelingen van de federale regering uitgezonderd - naar de Gemeenschappen overgeheveld. De federale overheid moet nog wel instaan voor de algemene politie van de radio-elektrische golven om de integratie van elk van de elektrische golven, in het geheel van die welke over het nationale grondgebied worden uitgezonden, mogelijk te maken en om wederzijdse storingen te vermijden.\"

    In uitvoering van dit arrest werd het technische vergunningsbeleid van de radio-omroep naar de Gemeenschappen overgeheveld en werd een KB afgekondigd op 10 januari 1992. Het is van belang hierbij te melden dat dit KB de coördinatieverplichting instelt wanneer één van de Gemeenschappen een nieuw frequentieplan vaststelt of een wijziging aan haar frequentieplan aanbrengt. Een wijziging van het frequentieplan is volgens het KB:1°) een nieuwe frequentietoewijzing; 2°) een verhoging van het uitgestraald vermogen en / of van equivalente antennehoogte van een bestaande toewijzing; 3°) een verplaatsing van een bestaand radio-omroepstation.

    6.2. Verhouding met de Gemeenschappen
    Gewijzigde omstandigheden in de loop van de jaren negentig brachten de Franse Gemeenschap ertoe een aantal wijzigingen door te voeren aan het frequentieplan zonder evenwel de voorgeschreven coördinatieprocedure te volgen. Tal van gerechtelijke procedures volgden, zonder dat er ooit enig vergelijk kon worden bereikt tussen Vlaanderen en Wallonië. Schorsingsarresten van de Raad van State uit 1997, 1998 en 1999 waarbij 21 frequenties (!) werden geschorst worden sinds jaren niet uitgevoerd.

    Nadat enkele jaren geleden door de Franse Gemeenschap een nieuw ontwerp-frequentieplan voorgelegd was ter coördinatie, legde de Vlaamse Gemeenschap op haar beurt een frequentieplan voor ter coördinatie. Eerder had zij een studie uitgevoerd tot uitvoering van een Vlaams radiobeleid dat was voorgesteld bij decreet van 7 juli 1998. Er kon evenwel geen overeenstemming worden bereikt tussen beide Gemeenschappen, wat er tenslotte toe leidde dat het Vlaams Parlement de erkenningen van de lokale radio-omroepen heeft verlengd tot 31 december 2001. Het voorstel van een nieuw Vlaams frequentieplan werd teruggetrokken. Het vatten van het overlegcomité leverde evenmin iets op.

    Een ernstig Vlaams radiobeleid wordt dus sinds 1994 mede wegens het totaal ontbreken van enige consensus met de Franse Gemeenschap omtrent coördinatie van beide frequentieplannen onmogelijk gemaakt: Vlaamse en Franse Gemeenschap benaderden de FM-band vanuit een verschillende houding. Storingen, een gebrekkig zendcomfort, en tal van procedures, klachten,... zijn het gevolg.

    In het belang van de rechtszekerheid en gelet op de economische gevolgen maakt de Vlaamse regering er meer dan ooit een prioriteit van om tot een consensus te komen met de andere Gemeenschappen.

    Bij aanvang van deze legislatuur werden met de Franse Gemeenschap daarom een aantal afspraken gemaakt met het oog op de optimalisering van de frequentieruimte en een oordeelkundig en doelmatig gebruik van het spectrum.

    Met de Franse Gemeenschap was er een protocol ontworpen op 5 september 2000 waarin o.m. de keuze voor een gezamenlijk frequentieonderzoek en maximale directiviteit was ingeschreven. Het protocol kon evenwel niet uitgevoerd worden wegens verzet vanuit de Franse Gemeenschap.

    Met behulp van buitenlandse consultants, zware financiële uitgaven voor eigen onderzoeksprogramma\'s en met volledige personele inzet, wordt getracht een maximum voor de hele frequentieband te bereiken. Door het terugbrengen van de bescherming van de VRT van 600 KHz naar 400 KHz en het wegnemen van overlappingen - op sommige plaatsen kunnen dezelfde programma\'s meermaals worden beluisterd - kon al extra ruimte voor particuliere radio\'s vrijgemaakt worden. Door gebruik te maken van nieuwere (single frequency) methoden, en dit tegen de andere Gemeenschappen in, wordt getracht om de frequentiemogelijkheden uit te breiden en wordt maximaal geïnvesteerd in de verdediging van de Vlaamse belangen. In de band 104.9 - 107.9 MHz wordt de ruimte die sedert jaren verworven is, resoluut verdedigd.

    Zowel in de beleidsnota 2000 - 2004 als in de beleidsbrief 2000 is reeds uitgebreid ingegaan op de noodzaak aan een coherente regelgeving voor frequentieplanning en coördinatiebeheer en aan een adequate etherpolitie.

    De huidige regelgeving, zoals neergelegd in het KB van 10 januari 1992, voldoet hieraan duidelijk niet.

    De federale overheid werd hierop attent gemaakt; deze problematiek werd begin 2002 opnieuw aangekaart n.a.v. het (Franstalig) vonnis van 17 januari 2002 van de Rechtbank van Eerste Aanleg van Brussel waarin de geldigheid van het KB van 1992 (en dus ook de bevoegdheid van het BIPT) opnieuw wordt bevestigd.

    De Vlaamse Gemeenschap blijft bij de bevoegde minister van Telecommunicatie aandringen op een adequate en snelle aanpassing van het KB met volgende uitgangspunten:

    een sluitende coördinatieprocedure binnen duidelijk bepaalde termijnen. Het BIPT moet hierbij een effectieve rol kunnen vervullen en niet louter als brievenbus functioneren.
    De etherpolitie is een volle bevoegdheid van het BIPT. Het BIPT moet deze opdracht effectief uitvoeren. Radio\'s die uitzenden met zendvergunningen die niet in overeenstemming zijn met de goedgekeurde coördinaties of die zich niet houden aan hun zendvergunning moeten door het BIPT kunnen worden gesanctioneerd.


    woensdag 08 mei 2002