Get Adobe Flash player
2
jun 2004

ALLES OVER ANTENNEPATRONEN MET DIRECTIVITEIT

Hoogvermogen-zenders moeten meestal met richtantennes werken
 
Sinds 27 mei is het nieuwe frequentieplan gestart. Opmerkelijk daarbij zijn de vele hoogvermogen-zenders die zowel bij de landelijke, de regionale als de lokale radiostations in gebruik worden genomen. Velen lijken daarbij te vergeten dat de meeste hoogvermogenzenders een directief antennepatroon opgelegd hebben gekregen. Concreet betekent dit dat ze met richtantennes moeten werken, en dat het toegekende ERP-vermogen enkel geldt voor de hoofdlob van het antennepatroon. Bij eenzelfde toegelaten ERP-vermogen biedt een rondstralend patroon bijgevolg een groter zendbereik dan een gericht patroon.
 
LANDELIJKEN EN REGIONALEN: RONDSTRALERS VORMEN DE UITZONDERINGEN
Concreet zijn bij de landelijke commerciële omroepen alle frequenties van Q-Music en 4FM directief, met uitzondering van de 50-kilowattzenders in Egem (104.1 MHz) , Sint-Pieters-Leeuw (103.1 MHz) en Genk (102.5 MHz), die rondstralend zijn. Bij de regionale omroepen zijn enkel de 20-kilowatter in Gent (103.5 MHz) en de 50-kilowatter in Schoten (102.9 MHz) rondstralend, alle andere regionale zenders werken met een directief antennpatroon.
 
OOK ENKELE 100-WATTERS MOETEN MET RICHTANTENNES WERKEN
Bij de lokale omroepen hebben alle frequenties van meer dan 100 Watt ERP, de zogenaamde stadsradio's, zonder uitzondering een directief antennepatroon opgelegd gekregen. Opmerkelijk is daarbij dat deze zenders in bepaalde richtingen vaak minder dan 100 Watt mogen uitstralen, ook al mogen ze in andere richtingen meerdere kilowatts uitsturen. Maar ook enkele laagvermogen-zenders moeten directief werken, om storing op naburige zenders te vermijden. Het gaat om zenders in Diksmuide (107.3 MHz), Gent (105.7 MHz), Sint-Kruis-Winkel (107.3 MHz), Herzele (106.5 MHz), Kortrijk (88.4 en 105.3 MHz), Leuven (106.0 MHz), Menen (89,9 MHz), Opwijk (87,8 MHz), Oudenaarde (106.6 MHz), Peer (106.6 MHz), Roeselare (106.7 en 107.2 MHz), Scherpenheuvel-Zichem (105.8 MHz), Schoten (106.3 MHz) en Willebroek (104.9 MHz).
 
RICHTANTENNES: YAGI'S WORDEN HET MEEST GEBRUIKTYagi-antenne (bron: Aldena)
In sommige gevallen ziet het opgelegde richtingspatroon er bijna uit als een cirkel, met enkele kleine inkepingen. Vaak kan de omroep in dat geval blijven werken met gewone dipolen, die immers een voor-achter verhouding van 3 à 6 dB hebben. Gewone dipolen die op een mast bevestigd zijn, vormen geen perfecte rondstralers en hebben bijgevolg altijd een zeker richtingseffect. De vergunning duidt in die gevallen aan in welke richting de omroep zijn dipolen moet opstellen. In andere gevallen ziet het richtingspatroon er grilliger uit, en moet er noodgedwongen gewerkt worden met richtantennes. Vaak worden hiervoor Yagi-antennes gebruikt, dit zijn dipolen met een reflector-staaf aan de achterzijde en één of meer directoren aan de voorzijde. Wanneer een zeer nauwe openingshoek moet gevormd worden, kunnen ook logperiodische antennes gebruikt worden. Bij hogere vermogens en montage op dikke masten (zoals de VRT-mast in Egem) worden vrijwel altijd paneel-antennes gebruikt.
 
DIRECTIVITEIT KAN SOMS OOK MET GEWONE DIPOLEN
Maar het is ook mogelijk om met gewone dipolen een richtingspatroon te bereiken, door deze antennes in V-vorm op te stellen of in oppositie met elkaar, al dan niet gecombineerd met fase-verschuivingen op de verschillende dipolen. De figuur hieronder geeft het richtingspatroon weer van een gewone dipool, twee dipolen in oppositie, en twee dipolen in V-vorm, gemonteerd op een metalen mast van 90 centimeter diameter.
Richtingspatronen met gewone dipolen (bron: Alan Dick and Company)
 


IRADIO PRESENTEERT ALLE LOKALE RICHTINGSPATRONEN IN 1 HANDIG OVERZICHTBree 99.3 MHz
Tom Decouttere, lid van de i-redactie, heeft een handig overzicht gemaakt van alle niet-rondstralende richtingsdiagrammen voor de lokale particuliere radio's. Je kan dit overzicht raadplegen via http://www.pixagogo.com/4189285103 . De diagrammen werden gemaakt op basis van de informatie die in tabelvorm beschikbaar is op http://www2.vlaanderen.be/ned/sites/media/RADIO/zenderlokaal.pdf. Het gaat hier uiteraard om theoretische diagrammen. Bij de prakische invulling mag daarbij niet "buiten de lijntjes" worden gekleurd. Concreet betekent dit dat, gezien de praktische beperkingen van de beschikbare antennesystemen, het reële ERP-vermogen vaak een stuk lager kan liggen dan het ERP-vermogen uit het theoretische diagram. Nemen we als extreem voorbeeld het theoretische patroon voor de 99,3 MHz in Bree, zoals hiernaast afgebeeld. Het gaat hierbij om een vermogen van 1000 Watt ERP. Als we het diagram bekijken, dan zien we dat dit maximale vermogen in feite enkel uitgestuurd mag worden in richting 110°. Bij gebruik van een antenne met een openingshoek van 30°, hetgeen in de praktijk al zeer 'smal' is, zal het praktische ERP-vermogen al verminderd worden met ongeveer 6 dB of een faktor 4, hetgeen neerkomt op 250 Watt ERP. De bedoeling van deze theoretische richtingsdiagrammen was dan ook enkel om het maximum theoretisch toegelaten vermogen aan te geven, teneinde storingen op andere radiostations te vermijden. Hoe dit theoretische diagram in de praktijk ingevuld wordt, is het probleem voor de radio-omroep en zijn antenne-leverancier. Vaak geldt dat hoe nauwkeuriger de omroep het theoretische diagram wil benaderen, hoe duurder het antennesysteem zal zijn. In de praktijk wordt dan een compromis gemaakt tussen de kostprijs van het antennesysteem en een niet-optimale invulling van het theoretisch antennediagram. Een richtingspatroon geeft het vermogen aan dat in elke richting mag uitgestraald worden. Het reële zendbereik hangt daarbij ook nog af van het reliëf van het zendgebied. Tenslotte wijzen we erop dat de antennediagrammen gelden voor de theoretische geografische coördinaten en de antennehoogtes uit het frequentieplan. Bij verplaatsing van de zendlocatie of bij een afwijking van de antennehoogte ten opzichte van het frequentieplan, zal het opgelegde richtingsdiagram veranderen.
 
i-redactie (LVB)